Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van de gemeente Barendrecht 2026
29-05-2026
Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van de gemeente Barendrecht 2026
De raad van de gemeente Barendrecht; overwegende, dat het wenselijk is het Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Barendrecht geheel te herzien; gelet op artikel 16 van de Gemeentewet; gelezen het voorstel van de werkgroep Verordeningen d.d. 8-5-2026; besluit vast te stellen het Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van de gemeente Barendrecht 2026:
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
In dit reglement wordt verstaan onder:
a. amendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbeslissing;
b. commissielid: lid van de raadscommissies
c. commissievoorzitter: de uit de raad benoemde voorzitter van een raadscommissie of diens plaatsvervanger;
d. griffier: door de raad benoemde griffier van de raad of diens plaatsvervanger;
e. initiatiefvoorstel: een voorstel van een raadslid voor een verordening of een ander voorstel;
f. motie: verklaring waarmee een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken;
g. agendacommissies: commissies ex artikel 84 van de Gemeentewet;
h. seniorenconvent: commissie ex artikel 84 van de Gemeentewet;
i. subamendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een aanhangig amendement;
j. voorzitter: de voorzitter van de raad of diens plaatsvervanger.
Artikel 2 Het presidium
1. Er is een presidium dat bestaat uit de voorzitter, de fractievoorzitters en de griffier.2. Elke fractievoorzitter wijst een raadslid aan dat hen bij afwezigheid in het presidium vervangt. 3. De raadsvoorzitter is de voorzitter van het presidium. Bij verhindering van de voorzitter kiest het presidium uit hun midden een plaatsvervangend voorzitter.4. Het presidium vergadert zoveel als zij nodig acht aan de hand van een vooraf vastgesteld schema. 5. Het presidium kan anderen uitnodigen deel te nemen aan zijn vergaderingen.6. Het presidium heeft tot taak het bespreken van zaken van vertrouwelijke aard die (nog) niet in het openbaar behandeld kunnen worden en zaken waarbij de privacy van personen in het geding is.7. Het presidium vervult een klankbordfunctie in die gevallen waarin de voorzitter het nodig oordeelt nadere vertrouwelijke en/of spoedeisende informatie uit te wisselen welke ter bescherming van persoonlijke belangen, bedrijfsbelangen of om financiële of andere reden het belang van de gemeente, andere overheidsinstanties, bedrijven, verenigingen, stichtingen of van natuurlijke personen kunnen schaden als deze in het openbaar aan de orde komen.8. De vergaderingen van het presidium vinden in beslotenheid plaats.9. De voorzitter kan, gehoord het presidium, aan degenen die aanwezig zijn bij een vergadering als bedoeld in het vorige lid geheimhouding opleggen ten aanzien van het besprokene en de inhoud van overgelegde stukken. Gelijktijdig met het opleggen van geheimhouding bepaalt de voorzitter tot wanneer de geheimhouding geldt.10. Het presidium doet aanbevelingen aan de raad inzake:
a. De organisatie en het functioneren van de raad en
b. Benoeming van personen.
11. In het presidium vindt geen besluitvorming plaats.
Artikel 3 Agendacommissie
1. Er is een agendacommissie die bestaat uit de voorzitter van de raad en de voorzitters van de raadscommissies. Bij verhindering van een voorzitter van de raadscommissies is de plaatsvervangend voorzitter aanwezig.2. De raadsvoorzitter is voorzitter van de agendacommissie. Bij verhindering van de voorzitter kiest de commissie uit zijn midden een plaatsvervangend voorzitter.3. De agendacommissie vergadert zoveel als zij nodig acht aan de hand van een vooraf vastgesteld schema. 4. Indien nodig kan de agendacommissie ook per e-mail een besluit nemen.5. De agendacommissie kan anderen uitnodigen deel te nemen aan zijn vergaderingen.6. De agendacommissie heeft in ieder geval de volgende taken:
a. Jaarlijks het vergaderschema voor de raads- en commissievergaderingen op- en vaststellen.
b. Indien nodig extra vergaderingen uitschrijven of een vergadering annuleren.
c. De conceptagenda's van de commissie- en raadsvergaderingen opstellen en bepalen of een voorstel op de commissieagenda, dan wel rechtstreeks op de raadsagenda, wordt geplaatst. Bij de opstelling van de agenda bepalen op welke wijze een onderwerp wordt behandeld.
d. Het doen van voorstellen voor de vergaderorde van de commissievergaderingen;
e. Het beoordelen van aanvragen en het doen van voorstellen voor agendering
f. Het beheren van de termijnagenda van de raad.
g. Het bewaken en uitvoeren van de lange termijnagenda en toezeggingen.
h. De inhoud en de invulling van de (thema)bijeenkomst(en) of een oriëntatieavond bepalen.
i. Bepalen in welke commissie een aangemeld onderwerp geagendeerd wordt. Indien een onderwerp meerdere raadscommissies aangaat, bepalen of het onderwerp in de afzonderlijke raadscommissies besproken wordt, dan wel in een gezamenlijke (gecombineerde) vergadering van de raadscommissies. Indien een gezamenlijke vergadering van raadscommissies wordt belegd, bepalen welke commissievoorzitter de vergadering voorzit.
7. De griffier adviseert de agendacommissies.8. In aanvulling op de vergaderingen als bedoeld in het zesde lid, onder c, vergadert een raadscommissie voorts als haar voorzitter het nodig acht of als een fractie met ondersteuning van ten minste drie fracties daar schriftelijk, met opgaaf van redenen, om verzoeken.9. De vergaderingen van de agendacommissie zijn niet openbaar. Van iedere vergadering stelt de griffie een concept-besluitenlijst op. De door de agendacommissie vastgestelde besluitenlijst is openbaar.
Artikel 4 De voorzitter
De voorzitter is belast met:
a. Het opstellen van de voorlopige agenda van de gemeenteraad;
b. Het leiden van de raadsvergadering;
c. Het handhaven van de orde;
d. Het doen naleven van het Reglement van Orde;
e. Hetgeen de wet of dit reglement hem verder opdraagt;
f. Het beleggen van een bijzondere raadsvergadering, waarbij er kan worden afgeweken van de reguliere vergaderorde.
Artikel 5 De griffier
1. De griffier is aanwezig in raadsvergaderingen, vergaderingen van de agendacommissie, vergaderingen van het presidium en kan aanwezig zijn in de raadscommissievergaderingen.2. Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een door de raad daartoe aangewezen plaatsvervangend griffier.3. De griffier kan, op uitnodiging van de voorzitter, aan de beraadslagingen deelnemen.
Artikel 6 Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging raadsleden
1. Voor benoemingen van raadsleden en wethouders stelt de raad bij aanvang van de raadperiode een commissie van onderzoek der geloofsbrieven in, bestaande uit drie raadsleden. 2. Deze commissie onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van de nieuwbenoemde raadsleden en brengt vervolgens advies uit aan de raad over de toelating van de nieuw benoemde raadsleden tot de raad. Indien van toepassing wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in dit advies.3. Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste raadsvergadering in de oude samenstelling na de raadsverkiezingen.4. Na deze raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten raadsleden op om in de eerste raadsvergadering in nieuwe samenstelling de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.5. In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter in afwijking van het voorgaande een nieuw benoemd raadslid op voor de raadsvergadering waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.
Artikel 7 Benoeming wethouders
1. De raad kan voor de te benoemen wethouders functieprofielen opstellen. 2. Een assessment kan een onderdeel vormen van de benoemingsprocedure. 3. De kandidaat wethouder overlegt de documenten en informatie die nodig zijn voor de in het hiernavolgende lid door de commissie te verrichten toetsing. De kandidaat wethouder maakt bovendien alle overige door hem/haar in dat verband relevant geachte informatie aan de commissie kenbaar.4. De commissie toetst de van de kandidaat wethouder ontvangen documenten en informatie aan de hand van de volgende voorschriften:
a. de artikelen 35, 36a, 10 en 41a Gemeentewet (benoembaarheidsvereisten);
b. de artikelen 41b en 12 Gemeentewet (nevenfuncties);
c. artikel 36b Gemeentewet (onverenigbare functies);
d. de artikelen 41c, 15 en 46 Gemeentewet (onverenigbare of verboden handelingen);
e. de gedragscode voor burgemeester en wethouders van de gemeente.
5. De commissie verricht zijn werkzaamheden in een niet openbare vergadering waarvan geen verslag wordt gelegd.6. De kandidaat wethouder wordt in de gelegenheid gesteld de documenten en aangedragen informatie mondeling toe te lichten.7. Op basis van de beoordeelde informatie formuleert de commissie een schriftelijk, beargumenteerd, advies aan de raad ten aanzien van de benoembaarheid van de voorgedragen wethouder(s). Indien de ad hoc commissie niet unaniem is in zijn oordeel wordt hiervan melding gemaakt in het advies.8. De burgemeester geeft voor de aanvang van iedere ambtstermijn opdracht om de kandidaat wethouders aan een risicoanalyse integriteit te onderwerpen. De burgemeester stelt de raad op de hoogte van zijn bevindingen. De risicoanalyse en de eindconclusie zijn niet openbaar.
Artikel 8 Fracties
1. Raadsleden die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zittingsperiode als één fractie beschouwd. 2. Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Als daar geen aanduiding was geplaatst of als tijdens de raadsperiode de gehele fractie een andere naam wenst te voeren, deelt de fractie in de eerstvolgende raadsvergadering aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad zal voeren. 3. De namen van de fractievoorzitter en diens plaatsvervanger worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter.4. Als één of meer raadsleden van één of meer fracties als zelfstandig raadslid of zelfstandige groep raadsleden gaan optreden of als één of meer raadsleden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie, wordt hiervan zo spoedig schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter.5. Het zelfstandige raadslid treedt op onder de naam ‘zelfstandig raadslid’ met toevoeging van de achternaam van het betreffende raadslid en de zelfstandige groep raadsleden treedt op onder de naam ‘groep’, met toevoeging van de achternaam van één van de raadsleden van de zelfstandige groep. De benaming wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering na naamswijziging.
Hoofdstuk 2 Raadsvergaderingen
Paragraaf 1. Voorbereiding
Artikel 9 Vergaderfrequentie
1. De vergaderingen vinden in de regel plaats volgens het vergaderschema als bedoeld in artikel 3, lid 5 van dit reglement, vangen aan om 20.00 uur en worden gehouden in het gemeentehuis.2. De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag en aanvangsuur bepalen, of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij voert hierover, tenzij er sprake is van een spoedeisende situatie, overleg met de agendacommissie.
Artikel 10 Oproep en agenda
1. De voorzitter zendt ten minste 10 dagen voor een raadsvergadering de raadsleden digitaal een oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken.2. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van de digitale oproep een aanvullende voorlopige agenda opstellen. Zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de vergadering wordt deze met de daarbij behorende stukken aan de leden verzonden.3. De voorzitter kan in spoedeisende zaken afwijken van de lid 1 genoemde termijn. Zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de vergadering worden de oproep, agenda en de daarbij behorende stukken aan de leden verzonden.4. De agenda wordt bij aanvang van een raadsvergadering door de raad vastgesteld. Op voorstel van een lid van de raad of de voorzitter kan de raad bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen, van de agenda afvoeren of de volgorde wijzigen.
Artikel 11 Ter inzage leggen van stukken
1. Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op een (voorlopige) agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke of digitale oproep in het raadsinformatiesysteem van de gemeente geplaatst. Als na het verzenden van de schriftelijke of digitale oproep stukken digitaal worden geplaatst in het raadsinformatiesysteem, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad en zo mogelijk door middel van openbare kennisgeving.2. Informatie van de raad of aan de raad verstrekte informatie waaromtrent op grond van hoofdstuk Va van de wet geheimhouding is opgelegd, blijft in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier.
Artikel 12 Openbare kennisgeving
1. Raadsvergaderingen worden ten openbare kennis gebracht door aankondiging op de website van de gemeente en in het huis-aan-huisblad “De Schakel”, rubriek Blik op Barendrecht.2. In spoedeisende gevallen kan de openbare kennisgeving uitsluitend langs elektronische weg.
Paragraaf 2. Ter vergadering
Artikel 13 Presentielijst
1. De griffier draagt zorg voor het bijhouden van presentielijsten van raadsvergaderingen.2. Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekenen raadsleden de presentielijst. De raadsleden die de presentielijst hebben getekend mogen deelnemen aan de beraadslagingen en stemmingen. 3. Aan het einde van elke raadsvergadering wordt de presentielijst door de voorzitter en de griffier door ondertekening vastgesteld.4. De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur, indien het daarvoor door de wet vereiste aantal leden van de raad aanwezig is.5. Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal leden aanwezig is, stelt de voorzitter, na voorlezing van de namen der afwezige leden, vast dat de vergadering niet kan worden geopend. De voorzitter belegt vervolgens een volgende vergadering en communiceert hierover dag en tijdstip, zijnde minimaal 24 uur later en met inachtneming van artikel 20 van de Gemeentewet.
Artikel 14 Spreektermijnen
1. Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen vindt plaats in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist.2. Spreektermijnen worden door de voorzitter afgesloten.3. Raadsleden voeren in een termijn niet meer dan éénmaal het woord over hetzelfde onderwerp of voorstel.4. Het derde lid is niet van toepassing op een raadslid dat een amendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend ten aanzien van de beraadslaging daarover.5. Bij de bepaling hoeveel malen een raadslid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt het spreken over een voorstel van orde niet meegerekend.
Artikel 15 Deelname aan de beraadslaging door anderen
Onverminderd artikel 21, eerste en tweede lid van de gemeentewet kan de raad besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging.
Artikel 16 Voorstellen van orde
1. De voorzitter en ieder raadslid kunnen tijdens de vergadering mondeling een voorstel van orde doen dat kort kan worden toegelicht.2. Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering betreffen.3. Over een voorstel van orde beslist de raad terstond.4. Bij het staken der stemmen is het ordevoorstel afgewezen.
Artikel 17 Handhaving orde; schorsing
1. Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij:
a de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit reglement te herinneren;
b een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden.
2. Indien een spreker zich (ter beoordeling aan de voorzitter) beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de betreffende spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering, waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen. 3. De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en, indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord, de vergadering sluiten.
Paragraaf 3. Stemmingen
Artikel 18 Stemverklaring
Na het sluiten van de beraadslaging en voorafgaand aan de stemming, kunnen raadsleden hun voorgenomen stemgedrag kort toelichten.
Artikel 19 Beslissing
1. De voorzitter sluit de beraadslaging als hij vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, tenzij de raad anders beslist.2. Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel voor de te nemen beslissing.
Artikel 20 Procedure stemming, waaronder hoofdelijke stemming
1. De voorzitter vraagt de raadsleden of zij stemming verlangen. Is dit niet het geval, dan stelt de voorzitter vast dat het voorstel is aangenomen.2. Voordat een voorstel zonder stemming wordt aangenomen, kunnen de in de raadsvergadering aanwezige raadsleden aantekening in het verslag vragen, dat zij geacht willen worden niet aan de stemming te hebben deelgenomen, overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet.3. Als een raadslid om stemming of hoofdelijke stemming vraagt, doet de voorzitter daarvan mededeling aan de raad.4. Bij hoofdelijke stemming roept de voorzitter of griffier de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het daarvoor bij loting aangewezen raadslid. Vervolgens geschiedt de oproeping op volgorde van de presentielijst. 5. Bij hoofdelijke stemming brengen ter vergadering aanwezig raadsleden, die zich niet ingevolge artikel 28 van de Gemeentewet van deelneming aan de stemming moeten onthouden, hun stem uit door ‘voor’ of ‘tegen’ uit te spreken, zonder enige toevoeging. 6. Een raadslid dat zich, bij een hoofdelijke stemming, bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan deze vergissing herstellen totdat het volgende raadslid heeft gestemd. Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan deze nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt, aantekening vragen van zijn vergissing. Dit brengt geen verandering in de uitslag van de stemming.7. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee. Deze doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit.
Artikel 21 Volgorde stemming over amendementen en moties
1. Als een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt eerst over dat amendement gestemd en vervolgens over het voorstel zoals het dan luidt in zijn geheel.2. Als meerdere amendementen of subamendementen op een aanhangig voorstel zijn ingediend, wordt, onverminderd het eerste en tweede lid, eerst over het meest verstrekkende amendement of subamendement gestemd.3. Als aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie. 4. De raad kan besluiten van deze volgorde af te wijken.
Artikel 22 Stemming over personen
1. Bij stemming over personen voor voordrachten of het opstellen van voordrachten of aanbevelingen, benoemt de voorzitter drie raadsleden tot stembureau.2. Aanwezige raadsleden zijn verplicht een door het stembureau verstrekt stembriefje in te leveren, tenzij zij overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet niet aan de stemming deel behoren te nemen.3. Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van het stembureau dan wel de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje.4. Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat in gevolge het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn, worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden.5. Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid, als bedoeld in artikel 30 van de Gemeentewet, worden geacht geen stem te hebben uitgebracht, die leden, die geen behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd. Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt verstaan:
a een blanco ingevuld stembriefje;
b een ondertekend stembriefje;
c een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij de stemming verschillende vacatures betreft;
d een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die niet is voorgedragen;
e een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt.
6. In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad op voorstel van het stembureau.
Paragraaf 4. Verslaglegging en ingekomen stukken
Artikel 23 Het verslag en besluitenlijst
1. De griffier draagt zorg voor verslagen en besluitenlijsten van raadsvergaderingen. De leden, de voorzitter, de wethouders, de griffier en de secretaris hebben het recht, een voorstel tot verandering aan de raad te doen, indien een schriftelijk verslag onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeeft hetgeen gezegd of besloten is. Een voorstel tot verandering dient voor het vaststellen van het verslag bij de griffier te worden ingediend. 2. Het verslag bevat in ieder geval:
a. de namen van de voorzitter, de griffier, de wethouders en de raadsleden, allen voor zover aanwezig, alsmede de overige personen die het woord hebben gevoerd;
b. een aantekening van welke raadsleden afwezig waren;
c. een vermelding van de zaken die aan orde zijn geweest;
d. een zakelijke samenvatting van het gesprokene met vermelding van de namen van de sprekers;
e. een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de raadsleden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de raadsleden die zich, overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet, van stemming hebben onthouden of zich bij het uitbrengen van hun stem hebben vergist;
f. de tekst van de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties, amendementen en subamendementen;
g. bij het desbetreffende agendapunt, de naam en de hoedanigheid van die personen, aan wie het op grond van het bepaalde in artikel 16 door de raad is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen.
3. Een conceptverslag wordt gelijktijdig met de verzending aan de raadsleden verzonden aan de overige personen die het woord hebben gevoerd in de raadsvergadering waarop het betrekking heeft.4. Vastgestelde verslagen worden ondertekend door de voorzitter en de griffier.5. Voor zover de aard en de inhoud van de besluitvorming zich daartegen niet verzet, wordt de besluitenlijst zo spoedig mogelijk na de raadsvergadering openbaar gemaakt op de in de gemeente gebruikelijke wijze.6. Van de raadsvergaderingen worden beeld- en geluidsopnamen gemaakt. Deze worden op de website van de gemeente geplaatst.
Artikel 24 Ingekomen stukken
1. Bij de raad ingekomen stukken, waaronder schriftelijke mededelingen van het college aan de raad, worden op een lijst geplaatst. Deze lijst met zowel openbare als besloten stukken wordt voor de leden van de raad gepubliceerd op het raadsinformatiesysteem. Besloten ingekomen stukken zijn alleen vertrouwelijk te raadplegen voor raads- en collegeleden via het raadsinformatiesysteem. Openbare ingekomen stukken zijn voor eenieder te raadplegen via de gemeentelijke website www.Barendrecht.nl.2. De wijze van afdoening van de ingekomen stukken wordt op voorstel van de agendacommissie door de raad vastgesteld.3. Elk raadslid kan ordevoorstel indienen bij de voorzitter met betrekking tot wijze van afdoening van een ingekomen stuk, niet zijnde schriftelijke mededelingen van het college, dan wel van de burgemeester. 4. Het ordevoorstel wordt in stemming gebracht in de raadvergadering.5. Elk raadslid kan in de eerstvolgende commissievergadering na de raadsvergadering (in de rubriek actualiteiten) nadere vragen stellen over de inhoud van een mededeling van het college of de burgemeester. Het raadslid geeft dit te kennen bij de behandeling van de lijst met ingekomen stukken.6. De vraagsteller dient de vrijdag voor de commissievergadering voor 12.00 uur de nadere vragen in bij de griffier. 7. De griffier brengt de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van het college van burgemeester en wethouders en de overige raadsleden.8. In overleg met de commissievoorzitter wordt de volgorde bepaald waarin de aangemelde onderwerpen voor de rubriek actualiteiten aan de orde worden gesteld.9. De maximale spreektijd van de vragensteller bedraagt 5 minuten. 10. Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om de nadere vragen aan de betreffende portefeuillehouder te stellen en een toelichting daarop te geven.11. Na de beantwoording door de portefeuillehouder krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen.12. Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van de commissie het woord verlenen om, hetzij aan de vragensteller, hetzij aan de portefeuillehouder vragen te stellen over hetzelfde onderwerp.13. Er is geen gelegenheid tot interrupties.
Paragraaf 5. Verslag en verantwoording vanuit andere organisaties
Artikel 25 Verslag, verantwoording
1. Een raadslid, een wethouder of de burgemeester, die door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een ander gemeenschappelijk orgaan, ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, heeft de plicht (om in aansluiting op de behandeling van de lijst van ingekomen stukken of voor het sluiten van de vergadering) verslag te doen over zaken die in het algemeen bestuur als bedoeld aan de orde zijn geweest. Voor een door de raad gewenste bespreking van dit verslag kan de voorzitter verwijzen naar de desbetreffende commissie.2. Ieder lid van de raad kan aan een persoon, als bedoeld in het eerste lid, schriftelijke vragen stellen. De regels voor het stellen van schriftelijke vragen, vastgesteld in artikel 39, zijn van overeenkomstige toepassing.3. Wanneer een lid van de raad een persoon, als bedoeld in het eerste lid, ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van functioneren als zodanig, besluit de raad over het toestaan daarvan. De regels voor het vragen van inlichtingen, vastgesteld in artikel 40, zijn van overeenkomstige toepassing.4. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op andere organisaties of instituties, waarin de raad één van zijn leden heeft benoemd.
Paragraaf 6. Besloten raadsvergaderingen
Artikel 26 Toepassing reglement op besloten vergaderingen
Op besloten vergaderingen is dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering.
Artikel 27 Verslag besloten vergadering
1. Het concept verslag van een besloten vergadering wordt zo spoedig mogelijk verstrekt aan de leden van de raad en het college van burgemeester en wethouders. Gedurende 10 dagen na verzending van het verslag kunnen raadsleden, collegeleden en de voorzitter een voorstel bij de griffier indienen tot wijziging van het verslag.2. Op taal- en typefouten corrigeert de griffier zelfstandig het verslag. De griffier legt inhoudelijke wijzigingen voor aan de agendacommissie. De agendacommissie beslist op het verzoek tot wijziging. De agendacommissie kan besluiten in te stemmen met de wijziging en het verslag vaststellen of het verzoek tot wijziging ter beslissing voor te leggen aan de gemeenteraad. Indien binnen de termijn van 10 dagen geen voorstellen tot wijziging worden ontvangen, wordt het verslag geacht te zijn vastgesteld. 3. Het vastgestelde verslag wordt door de voorzitter en de griffier ondertekend.
Artikel 28 Opheffing geheimhouding
Als de raad op grond van artikel 89, vierde lid, van de wet voornemens is de geheimhouding op te heffen van aan de raad verstrekte informatie op te heffen, wordt, als het orgaan dat de geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten raadsvergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd.
De raad heeft nadere regels opgesteld ten aanzien van de geheimhouding.
- De raad geeft het college de mogelijkheid om na het verstrekken van geheime informatie aan de raad alsnog zelf de kring van geheimhouders uit te breiden als dit voor het dagelijks bestuur van de gemeente noodzakelijk is. Bijvoorbeeld met een andere gemeente of met een provincie als dit nodig is in geval van een gezamenlijke verantwoordelijkheid.
- Op het moment van uitbreiding van de kring van geheimhouders, stelt het college de raad hiervan z.s.m. via een mededeling aan de griffie op de hoogte.
Paragraaf 7. Toehoorders en Pers
Artikel 29 Toehoorders en pers
1. De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers wonen openbare raadsvergaderingen bij op de voor hen bestemde plaatsen.2. Het blijkgeven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is hen verboden.
Artikel 30 Geluid- en beeldregistraties, gebruik mobiele apparaten
1. Het is niet toegestaan dat in de vergaderzaal beeld- en geluidsregistraties door derden worden gemaakt. Degenen, die in de vergaderzaal geluid- dan wel beeldregistraties willen maken, dienen hiervoor een verzoek in bij de voorzitter en gedragen zich naar diens aanwijzingen.2. In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens de vergadering niet toegestaan om middels mobiele apparaten of anderszins geluid te veroorzaken dat de vergadering verstoort.
Hoofdstuk 3 Bevoegdheden, instrumenten raadsleden
Artikel 31 Amendementen
1. Raadsleden dienen amendementen en subamendementen voor het sluiten van de beraadslaging van het voorstel waarop deze betrekking hebben in bij de voorzitter. Dit gebeurt digitaal, met gebruikmaking van het daartoe bestemde sjabloon.2. Er wordt alleen beraadslaagd over amendementen en subamendementen die ingediend zijn door raadsleden die de presentielijst getekend hebben.3. Intrekking door de indiener van een amendement of subamendement is mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond.
Artikel 32 Moties
1. Raadsleden dienen moties schriftelijk in bij de voorzitter en stellen deze digitaal ter beschikking van de griffie met gebruikmaking van het daarvoor opgestelde sjabloon.2. De behandeling van een motie vindt gelijktijdig plaats met de beraadslaging over dat onderwerp of voorstel waarop het betrekking heeft.3. De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda opgenomen onderwerpen zijn behandeld.4. Intrekking door de indiener van een motie is mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond.
Artikel 33 Initiatiefvoorstel
1. Raadsleden dienen initiatiefvoorstellen schriftelijk in bij de voorzitter. Deze brengt een ingediend voorstel zo spoedig mogelijk ter kennis van het college.2. Een (concept) initiatiefvoorstel wordt bij voorkeur inhoudelijk eerst in de raadscommissie en/of daaraan voorafgaand in een oriënterende bijeenkomst besproken alvorens tot besluitvorming wordt overgegaan.3. Het college kan binnen vier weken nadat het ter kennis is gesteld van een voorstel schriftelijk wensen en bedenkingen met betrekking tot het voorstel ter kennis van de raad brengen.4. Nadat het college schriftelijk wensen of bedenkingen ter kennis van de raad heeft gebracht of kenbaar heeft gemaakt hiertoe niet te zullen overgaan, dan wel nadat de in het tweede lid gestelde termijn is verlopen, wordt het voorstel op de agenda van de raad geplaatst. Als de schriftelijke oproep hiervoor reeds verzonden is wordt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende raadsvergadering.5. Een initiatiefvoorstel kan tot uiterlijk tien dagen voor de raadsvergadering ingetrokken worden.
Artikel 34 Collegevoorstel
1. Een voorstel van het college aan de raad dat vermeld staat op de voorlopige agenda van de raadsvergadering, kan niet worden ingetrokken zonder toestemming van de raad.2. Als de raad van oordeel is dat een voorstel als bedoeld in het eerste lid voor advies terug aan het college dient te worden gezonden, bepaalt de raad binnen welke termijn het voorstel opnieuw geagendeerd wordt.
Artikel 35 Interpellatie
1. Raadsleden dienen verzoeken tot het houden van een interpellatie schriftelijk in bij de voorzitter. Het verzoek bevat in ieder geval de te stellen vragen.2. De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en de wethouders. 3. Als het verzoek tenminste 48 uur voor aanvang van een raadsvergadering is ingediend of in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, wordt over het verzoek tijdens de eerstvolgende raadsvergadering gestemd. In andere gevallen tijdens de daaropvolgende raadsvergadering4. Een interpellatiedebat kan worden gehouden indien ten minste één derde van de aanwezige raadsleden dit verzoek steunt.5. De interpellant voert in de eerste termijn als eerste het woord en vervolgens vervolgt de beraadslaging op de reguliere wijze, met twee termijnen. Na de laatste termijn van het college krijgt de interpellant tot slot het woord voor een korte reactie.6. Tijdens een interpellatie kunnen moties worden ingediend.
Artikel 36 Schriftelijke vragen
1. Raadsleden dienen schriftelijke vragen aan het college of de burgemeester in bij de griffier. 2. De griffier laat de vragen zo spoedig mogelijk op het raadsinformatiesysteem geplaatsen en ter kennis brengen van het college of de burgemeester. 3. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen veertien dagen, nadat de vragen zijn ingediend.4. Schriftelijke antwoorden van het college of de burgemeester worden door de griffie via het raadsinformatiesysteem ter kennis gebracht van de raadsleden5. Elk raadslid kan in de eerst mogelijke commissievergadering na ontvangst van de beantwoording van de schriftelijke vragen, in de rubriek actualiteiten, nadere vragen stellen over de inhoud van de beantwoording door het college of de burgemeester. 6. De vraagsteller dient de vrijdag voor de commissievergadering voor twaalf uur de nadere vragen in bij de griffier. 7. De griffier brengt de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van het college van burgemeester en wethouders en de overige raadsleden.8. In overleg met de commissievoorzitter wordt de volgorde bepaald waarin de aangemelde onderwerpen voor de rubriek actualiteiten aan de orde worden gesteld.9. De maximale spreektijd van de vragensteller bedraagt vijf minuten. 10. Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om de nadere vragen aan de betreffende portefeuillehouder te stellen en een toelichting daarop te geven.11. Na de beantwoording door de portefeuillehouder krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen.12. Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van de commissie het woord verlenen om, hetzij aan de vragensteller, hetzij aan de portefeuillehouder vragen te stellen over hetzelfde onderwerp.13. Er is geen gelegenheid tot interrupties.
Artikel 37 Inlichtingen
1. Raadsleden dienen verzoeken tot inlichtingen, als bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, van de Gemeentewet, schriftelijk in bij de griffier.2. De griffier brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester.3. De verlangde inlichtingen worden zo spoedig mogelijk schriftelijk of mondeling aan de raad verschaft, in ieder geval binnen tien dagen nadat het verzoek is ingediend.
Artikel 38 Vragenkwartier
1. Aan het begin van de raadsvergadering is er een vragenkwartier, tenzij er bij de voorzitter geen vragen zijn ingediend. In bijzondere gevallen kan de agendacommissie bepalen dat het vragenkwartier op een ander tijdstip wordt gehouden. 2. Het lid van de raad dat tijdens het vragenkwartier vragen wil stellen, meldt dit onder zo specifiek mogelijke aanduiding van het onderwerp voor twaalf uur op de dag van het vragenkwartier door tussenkomst van de griffier bij de voorzitter. De voorzitter kan na overleg met de agendacommissie weigeren een onderwerp tijdens het vragenkwartier aan de orde te stellen, indien hij het onderwerp niet voldoende nauwkeurig acht aangegeven, of indien het onderwerp in de raadsvergadering op diezelfde dag aan de orde komt.3. De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde onderwerpen tijdens het vragenkwartier aan de orde worden gesteld.4. De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd van de vragensteller (maximale spreektijd voor de vragensteller is vijf minuten) voor de leden van het college of de burgemeester en de leden van de raad. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de vragenstellers als er meer dan drie vragenstellers zijn. De voorzitter kan tevens in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd5. Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een toelichting daarop te geven.6. Na de beantwoording door het college of de burgemeester krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen.7. Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van de raad het woord verlenen om, hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college of de burgemeester vragen te stellen over hetzelfde onderwerp.8. Tijdens het vragenkwartier kunnen geen moties worden ingediend en worden geen interrupties toegelaten.
Hoofdstuk 4 Slotbepalingen
Artikel 39 Uitleg reglement
In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van het reglement, beslist de raad op voorstel van de voorzitter.
Artikel 40 Intrekken geldende verordening.
“Het Reglement van Orde voor de vergadering en andere werkzaamheden van de Gemeenteraad van Barendrecht 2022” wordt per 12 mei 2026 ingetrokken.
Artikel 41 Inwerkingtreding en citeertitel
1. Het Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Barendrecht 2026 treedt in werking op 12 mei 2026. 2. Deze verordening kan worden aangehaald onder de titel “Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Barendrecht 2026”.
Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Barendrecht van 12 mei 2026. de griffier, Mevr. C.M. Krouwel de voorzitter, drs. R. Schneider
Artikelsgewijze Toelichting Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van Barendrecht 2026
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. Begripsbepalingen
In artikel 1 worden een aantal begrippen uit dit reglement van orde gedefinieerd. Deze spreken grotendeels voor zich. Onder ‘aanhangig’ wordt verstaan aan de orde/in behandeling zijnde. De omschrijving van de termen ‘amendement’ en ‘initiatiefvoorstel’ luiden hetzelfde als in de artikelen 147a en 147b van de Gemeentewet.
Artikel 2. Seniorenconvent
Het seniorenconvent heeft is een klankbord voor de voorzitter van de raad. Diverse gemeenten hebben dit takenpakket uitgebreid met meer inhoudelijke taken. De VNG is van mening dat het seniorenconvent voor wat betreft de inhoudelijke aspecten van het raadswerk een ondergeschikte rol dient te vervullen omdat anders het gevaar bestaat dat er binnen de raad een nieuw bestuursorgaan wordt gecreëerd, hetgeen niet strookt met de Grondwet, die het primaat immers expliciet bij de raad legt (artikel 125, eerste lid, van de Grondwet). Het seniorenconvent als zodanig kan niet ook optreden als werkgeverscommissie. De werkgeverscommissie, ingesteld op basis van artikel 83 van de Gemeentewet, bestaat immers enkel uit raadsleden (en dus niet, zoals het seniorenconvent, ook de voorzitter van de raad). Het seniorenconvent heeft voornamelijk een procedurele rol zoals hierboven aangegeven. In de handreiking ‘De (rechts)positie van de griffie(r) in het decentrale bestuur’ is een modelbesluit voor het instellen van een werkgeverscommissie opgenomen. Het is wel mogelijk om de raadsleden van het seniorenconvent te benoemen in de werkgeverscommissie en de vergaderingen van deze commissie te laten aansluiten op de vergaderingen van het seniorenconvent, zodat er, indien nodig, snel overlegd kan worden. Het is van belang dat in het seniorenconvent elke partij een stem heeft die even zwaar weegt. Op deze wijze wordt de positie van minderheidsfracties in een dualistisch stelsel versterkt. Tevens kan dit de betrokkenheid van alle fracties bij de raadsvergaderingen vergroten. De griffier is bij elke vergadering van het seniorenconvent aanwezig (artikel 5, eerste lid), omdat de griffier voor de ondersteuning van de raad zorgt. Hij moet weten hoe de agenda eruit komt te zien en welke punten besproken gaan worden. De aanwezigheid van de secretaris kan ook gewenst zijn, omdat de secretaris aandacht moet kunnen vragen voor of een toelichting kan geven op onderwerpen die worden voorbereid door de ambtelijke organisatie. Overeenkomstig het derde lid kan de secretaris worden uitgenodigd. Als dit een ‘staande’ uitnodiging wordt, dan kan overwogen worden zijn aanwezigheid expliciet het Reglement van Orde te regelen.
Artikel 2. Het presidium
Het presidium heeft voornamelijk een algemeen adviserende rol (aanbevelingen aan de raad inzake de organisatie en het functioneren van de raad). Voor wat betreft de inhoudelijke aspecten van het raadswerk heeft het presidium een ondergeschikte rol te vervullen, omdat anders het gevaar bestaat dat er binnen de raad een nieuw bestuursorgaan wordt gecreëerd (en dat is in strijd met art 125, lid 1 Grondwet). Het presidium als zodanig kan niet ook optreden als werkgeverscommissie (art. 83 van de wet). Het presidium heeft voornamelijk een procedurele rol. Het is wel mogelijk om de raadsleden van het presidium te benoemen in de werkgeverscommissie en de vergaderingen van deze commissie te laten aansluiten op de vergaderingen van het presidium, zodat er, indien nodig, snel overlegd kan worden. Er is voor gekozen om de regie van enkele interne/organisatorische kwesties bij het presidium neer te leggen. Als aanvullende taak is opgenomen dat het presidium aanbevelingen doet aan de raad en de raadscommissies inzake de organisatie van hun werkzaamheden. Hieronder vallen taken als: het initiëren van een aanpassing van het reglement van orde en het instrueren van de griffier.
Artikel 3. De agendacommissie
De agendacommissie vervult een belangrijke (coördinerende) rol bij de agendering van zaken in de raadscommissies en in de raad. De agendacommissie heeft het overzicht van alle onderwerpen waar de raad zich mee bezig houdt en zorgt voor de planning. Het is aan de agendacommissie om de planning in te vullen maar ook om deze te bewaken. De agendacommissie stelt de agenda's van raadscommissies en de raad voorlopig vast. De definitieve vaststelling van de agenda van een raadscommissie en van de raad vindt plaats bij de aanvang van de betreffende vergadering. In het geval een gemeente deelneemt in een gemeenschappelijke regeling zal in deze regeling zijn opgenomen hoe de raad geïnformeerd wordt door de vertegenwoordiger van de gemeente in de gemeenschappelijke regeling (artikelen 16 en 18 van de Wet gemeenschappelijke regelingen). Van belang is dat de agendacommissie de vergadercyclus van deze besturen kent. Het kan nodig zijn dat de raad voorafgaand aan een vergadering van het bestuur van de gemeenschappelijke regeling de gemeentelijke vertegenwoordiger informatie of opvattingen wil meegeven. Ook de begrotingscyclus van de gemeenschappelijke regeling is relevant voor de agendacommissie zodat de raad tijdig noodzakelijke informatie kan leveren. Naast gemeenschappelijke regelingen kan een gemeente ook vertegenwoordigd zijn in andere organisaties (stichtingen, vennootschappen). Ook deze vergadercycli kunnen voor een agendacommissie aanleiding zijn om deze te agenderen voor een raads- of commissievergadering, zodat er informatie uitgewisseld kan worden tussen de vertegenwoordiger van de gemeente en de raad. Ingevolge artikel 17 van de Gemeentewet vergadert de raad zo vaak hij daartoe heeft besloten en voorts indien de burgemeester het nodig oordeelt of indien ten minste een vijfde van het aantal leden van de raad schriftelijk met opgave van redenen daarom vraagt. Het tweede lid brengt tot uitdrukking dat de voorzitter in het bepalen van een andere dag en ander aanvangsuur zoveel mogelijk overleg pleegt met de agendacommissie. Op deze wijze houdt de agendacommissie ook bij vergaderingen, die niet op het gebruikelijke tijdstip plaatsvinden, invloed op de datum, het tijdstip en de plaats van de vergadering. Hoewel het recht van iedere fractie is om elk onderwerp aan de orde te stellen, is er voor het op verzoek van de commissie houden van een (extra) vergadering enig substantieel draagvlak noodzakelijk. Daarom is er voor gekozen dat minimaal drie fracties dit verzoek ondersteunen. Naast het houden van een extra vergadering staan vanzelfsprekend ook andere instrumenten (vragen, interpellatie etc.) ter beschikking.
Derde lid, punt d.
Het bewaken en uitvoeren van de lange termijn raadsagenda. Het adviseren van de commissies en raad. De raad werkt met een lange termijn agenda.
Artikel 4 De voorzitter
De burgemeester is voorzitter van de raad. Artikel 125, derde lid, van de Grondwet en artikel 9 van de Gemeentewet schrijven dit dwingend voor. In artikel 77, eerste lid, is bepaald dat het langstzittende raadslid het raadsvoorzitterschap waarneemt bij verhindering of ontstentenis van de burgemeester. Als twee raadsleden even lang zitting hebben, is de oudste in jaren degene die het raadsvoorzitterschap waarneemt. Daarnaast heeft de raad altijd de mogelijkheid zelf te kiezen voor een andere waarnemer. De burgemeester heeft het recht op grond van artikel 21 van de Gemeentewet in de vergadering aan de beraadslaging deel te nemen. Als voorzitter zorgt hij onder andere voor de handhaving van de orde in de vergadering.
Artikel 5. De griffier
De raad is verplicht een griffier te benoemen (artikel 100 en 107 van de Gemeentewet). De griffier is in eerste instantie verantwoordelijk voor de bijstand aan de raad. Hij is in principe in elke vergadering van de raad aanwezig. De Gemeentewet eist dat de raad de vervanging van de griffier regelt (artikel 107d, eerste lid). In het tweede lid is daarover een bepaling opgenomen. In verband met artikel 22 van de Gemeentewet (verschoningsrecht) is in het derde lid een bepaling opgenomen met betrekking tot het deelnemen van de griffier aan de beraadslaging.
Artikel 6. Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging raadsleden
Met de geloofsbrief geeft de voorzitter van het centraal stembureau aan de benoemde schriftelijk kennis van zijn benoeming (artikel V 1 van de Kieswet). Voor dit benoemingsbesluit is bij ministeriële regeling een model vastgesteld. De benoemde geeft schriftelijk aan of hij de benoeming aanneemt (artikel V 2 van de Kieswet). Tegelijk met de mededeling dat hij zijn benoeming aanneemt, worden aan de raad stukken overlegd waaruit blijkt dat de benoemde voldoet aan de eisen om als lid van de raad toegelaten te worden. Dit omvat de volgende stukken: een ondertekende verklaring met de openbare betrekkingen die hij bekleedt, een uittreksel uit de basisregistratie personen met zijn woonplaats, geboorteplaats en -datum, en (indien niet-Nederlander) stukken waaruit blijkt dat hij voldoet aan de vereisten van artikel 10, tweede lid, van de Gemeentewet (artikel V 3 van de Kieswet). Het onderzoek van de geloofsbrieven moet in een openbare vergadering gebeuren. Bij het onderzoek zal ook de gedragscode (artikel 15, derde lid, van de Gemeentewet) betrokken worden. In deze code zijn onder meer bepalingen opgenomen over al dan niet toegestane nevenfuncties. De commissie welke de geloofsbrieven onderzoekt, brengt verslag uit. Dit kan zowel mondeling als schriftelijk.
Eerste en tweede lid
De raad, en niet de voorzitter, stelt een commissie in, die het zogenaamde geloofsbrievenonderzoek verricht nadat de voorzitter van het centraal stembureau nieuwe leden heeft benoemd. Bij de keuze voor een vaste commissie worden er drie leden benoemd.
Derde lid
Het onderzoek van het proces-verbaal (onderzoek naar het verloop van de verkiezing of de vaststelling van de uitslag) gebeurt door de oude raad vlak voor de eerste samenkomst van de nieuwe raad na de gemeenteraadsverkiezingen. Het onderzoek van het proces-verbaal strekt zich niet uit tot de geldigheid van de kandidatenlijsten en van de lijstverbindingen. Dit lid ziet op de specifieke taak die de raad heeft na de raadsverkiezingen. Na de gemeenteraadsverkiezingen heeft de commissie voor het geloofsbrievenonderzoek een extra taak, zij adviseert de raad ook over het verloop van de verkiezingen (of dit op wettige wijze is gebeurd) en het vaststellen van de uitslag (is deze juist vastgesteld). Zij doet dit op basis van het proces-verbaal van het centraal stembureau. De raad dient op basis van dit advies een besluit te nemen over het verloop van de verkiezingen en de vaststelling van de uitslag. Dit besluit is van belang omdat de raad de bevoegdheid heeft om te besluiten tot het hertellen van de stemmen en zelfs de bevoegdheid om te besluiten tot een herstemming, beide eventueel in een deel van de gemeente bij een aantal specifieke stembureaus. Het proces-verbaal vormt de aanleiding tot een besluit tot hertelling of herstemming. Dit dient concrete aanwijzingen te bevatten waarop de raad tot een dergelijk besluit over gaat. Het feit dat een fractie een klein aantal (bijv. drie) stemmen te weinig heeft om een extra zetel te behalen is geen valide motivering om tot hertelling over te gaan. Een proces-verbaal waaruit blijkt dat kiezers bezwaar hebben gemaakt over de onzorgvuldige wijze waarop het stembureau na sluiting de stemmen heeft geteld, kan dit wel zijn.
Vierde en vijfde lid
Ingevolge artikel V 4 van de Kieswet beslist de raad over de toelating van zijn leden. Daarbij is er een verschil in de procedure bij de samenstelling van een nieuwe raad of bij de vervulling van een tussentijdse vacature. Na een raadsverkiezing kunnen de raadsleden op de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling de eed of verklaring en belofte afleggen. De voorzitter zal hen hiervoor oproepen. Bij tussentijdse vacaturevervulling kan de eed of verklaring en belofte aansluitend aan de beslissing van de raad over de toelating van het betrokken raadslid plaatsvinden. De tekst van de eed of verklaring en belofte die een raadslid bij het aanvaarden van het raadslidmaatschap moet afleggen, is in artikel 14 van de Gemeentewet vastgelegd.
Artikel 7. Benoeming wethouders
Dit artikel geeft invulling aan een leemte in de Gemeentewet. Uit de Kieswet vloeit het geloofsbrievenonderzoek van raadsleden voort. Aangezien de wethouder geen gekozen volksvertegenwoordiger is, is hierover niets in de Kieswet geregeld. De Gemeentewet geeft wel aan welke formele eisen gesteld worden aan een wethouder maar niet op welk moment deze getoetst worden. De formele eisen voor het wethouderschap zijn grotendeels vergelijkbaar met de vereisten voor het raadslidmaatschap. Het ligt daarom voor de hand om voor het benoemen van wethouders ook een commissie voor het onderzoek naar de geloofsbrieven in te stellen. In artikel 6 is dit vormgegeven. Dit artikel is ook van toepassing als er geen wethouder van buiten maar uit de raad wordt benoemd, de incompatibiliteiten en nevenfuncties dienen immers opnieuw beoordeeld te worden. Afhankelijk van de procedure kan de gemeenteraad besluiten om een functieprofiel vast te stellen en/of een assessment af te nemen. Bij de benoeming van een wethouder vindt er een integriteitstoets plaats. De burgemeester brengt over de uitkomsten van de integriteitstoets verslag uit aan de raad. De uitkomsten van het onderzoek en het verslag zijn niet openbaar (vierde lid).] Daarnaast wordt in de gemeente Barendrecht een verklaring omtrent het gedrag (VOG) gevraagd. De raad heeft aangeven dat zij deze procedure wil volgen bij de benoeming van wethouders. De VOG kent een screeningsprofiel voor politieke ambtsdragers. Bij dit profiel staat de integriteit van de aspirant bestuurder centraal. Het is mogelijk om deze VOG via een spoedprocedure uit te laten voeren. Een raadslid dat benoemd wordt tot wethouder mag raadslid blijven totdat de geloofsbrieven van zijn opvolger zijn goedgekeurd (artikel 36b, tweede lid, van de wet). In het geval de coalitie in de raad een meerderheid heeft van één stem kan het verstandig zijn eerst als raadslid ontslag te nemen en een nieuw raadslid te benoemen. Het vooraf ontslag nemen als raadslid is een risico. Het kan immers gebeuren dat deze persoon of niet tot wethouder wordt benoemd of dat de geloofsbrieven niet worden goedgekeurd. De kandidaat-wethouders worden in opdracht van de burgemeester voor aanvang van iedere ambtstermijn aan een integriteitstoets onderworpen. De burgemeester en de griffier krijgen zicht op de volledige rapportage van de risicoanalyse. Zo hebben zij een goed beeld van de kandidaat en kunnen zij met de kandidaat een gesprek voeren over de uitkomsten. De burgemeester kan ten aanzien van de risicoanalyse en de conclusies geheimhouding opleggen aan de raad. Met de Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur (artikel 87 van de wet) is de burgemeester hiertoe expliciet bevoegd gemaakt (vierde lid). Zie ook de toelichting bij artikel 6, eerste en tweede lid.
Artikel 8. Fracties
Eerste en tweede lid
De Kieswet en de Gemeentewet kennen het begrip fractie niet. In de Gemeentewet in artikel 33, tweede lid, wordt wel uitgegaan van het bestaan van in de raad vertegenwoordigde groeperingen (recht op fractie-ondersteuning). Bij de aanvang van de eerste zitting van de nieuwe raad na de verkiezingen, worden de leden die op dezelfde lijst hebben gestaan, als één fractie beschouwd. Is onder een lijstnummer slechts één lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke fractie beschouwd. De fractie gebruikt in de vergadering van de raad de aanduiding die zij boven de kandidatenlijst had staan. Op deze wijze is de relatie tussen de fractie in de raad en de fractie op de kandidatenlijst voor de burger duidelijk. Het kan echter voorkomen dat een fractie geen aanduiding boven de kandidatenlijst heeft staan. In een dergelijk geval deelt de fractie in de eerste vergadering de aanduiding mee.
Vierde lid
In de loop van een zittingsperiode kan het voorkomen dat leden de raad verlaten. In een dergelijk geval vindt er een verandering in de samenstelling van de fractie plaats. Als dit het geval is, deelt de fractie dit aan de voorzitter mede. Het is ook mogelijk dat een raadslid zijn lidmaatschap niet opzegt maar uit een fractie stapt. Hij kan als zelfstandig raadslid verdergaan of zich aansluiten bij een bestaande fractie. Ook andere wijzigingen zijn mogelijk, bijvoorbeeld een fusie van twee fracties. Een andere (tijdelijke) wisseling in een fractie kan het gevolg zijn van ziekte of zwangerschap van een raadslid. Voor deze gevallen is in de Kieswet een vervangingsregeling opgenomen. Uitgangspunt van ons kiesstelsel is dat volksvertegenwoordigers op persoonlijke titel worden verkozen en benoemd (dit laatste door de voorzitter van het stembureau). Dit uitgangspunt is gebaseerd op artikel 27 van de Gemeentewet, waarin is bepaald dat elk bindend mandaat van een lid van de raad nietig is. De volksvertegenwoordiger handelt naar eigen overtuiging en is bij stemmingen niet gebonden aan een lastgeving. Geen andere persoon of instantie kan hem rechtens bindende instructies opleggen met betrekking tot zijn stemgedrag. Het is de individuele volksvertegenwoordiger die een mandaat van de kiezer heeft gekregen. De volksvertegenwoordiger heeft daardoor ook de mogelijkheid om tussentijds van fractie te veranderen of zelfstandig verder te gaan. Ook de Kieswet gaat niet uit van politieke partijen, een zetel 'hoort' dan ook niet bij een partij maar is verbonden aan de volksvertegenwoordiger die daardoor ook de mogelijkheid heeft om tussentijds van fractie te veranderen of zelfstandig verder te gaan. Ook kan een fractie besluiten om haar naam te veranderen. Dit staat de fractie vrij om te doen. Op grond van deze bepalingen heeft de raad geen zeggenschap over wijzigingen in de samenstelling, fusies en splitsingen van fracties en de naamvoering. De raad kan hier dus geen besluit over nemen. Een mededeling aan de voorzitter van de raad is voldoende. De raad is gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering nadat hiervan mededeling is gedaan rekening te houden met de nieuwe situatie. Dit betekent ook dat:
- kandidaten die van een kandidatenlijst deel uitmaken en binnen die lijst/partij een onderlinge schriftelijke (en soms notariële) afspraak maken, bijvoorbeeld dat men onder bepaalde voorwaarden zal afzien van aanvaarding van het raadslidmaatschap, zich dienen te realiseren dat dergelijke afspraken nietig zijn, vanwege strijd met de Gemeentewet en de Kieswet; - personen die tussentijds van partij veranderen hun raadslidmaatschap niet verliezen; - als men uit een partij stapt en zelfstandig verder gaat, de verlatende partij geen middelen heeft om het raadslid uit de raad te weren.
Fractieafsplitsing kan diverse praktische gevolgen hebben, te denken valt aan: fractievergoedingen en –faciliteiten, fractievoorzitterschap dan wel vertegenwoordiging in het presidium, zo nodig andere zitplaatsen in de raadszaal, bezetting in raadscommissies en eventueel de bezetting in raadscommissies door buitengewoon commissieleden. Als moet worden voorzien in de vacature van een raadslid dat zich heeft afgesplitst, wordt teruggegrepen op de lijst waarop betrokkene oorspronkelijk was gekozen (artikel P 19 van de Kieswet).
Vijfde lid
Zelfstandige raadsleden gaan door onder naamvoering ‘zelfstandig raadslid’ met toevoeging van de eigen achternaam. Voor een zelfstandige groep raadsleden geldt hetzelfde, waarbij een achternaam naar keuze van 1 van de leden van de zelfstandige groep wordt gehanteerd.
Hoofdstuk 2. Raadsvergaderingen
Paragraaf 1. Voorbereiding
Artikel 9 Vergaderfrequentie
Ingevolge artikel 17 van de Gemeentewet vergadert de raad zo vaak hij daartoe heeft besloten en voorts indien de burgemeester het nodig oordeelt of indien ten minste een vijfde van het aantal leden van de raad schriftelijk met opgave van redenen daarom vraagt. Het tweede lid brengt tot uitdrukking dat de voorzitter in het bepalen van een andere dag en ander aanvangsuur zoveel mogelijk overleg pleegt met de agendacommissie. Op deze wijze houdt de agendacommissie, ook bij vergaderingen die niet op het gebruikelijke tijdstip plaatsvinden, invloed op de datum, het tijdstip en de plaats van de vergadering. Het wijzigen van het aanvangsuur is van gemeenschappelijk belang, omdat het merendeel van de raadsleden het raadslidmaatschap combineert met een andere (on)betaalde functie.
Artikel 10. Oproep en voorlopige agenda
In artikel 19, eerste lid, van de wet is bepaald dat de burgemeester de leden van de raad schriftelijk uitnodigt voor de vergadering. De agendacommissie bepaalt hoe de voorlopige agenda eruit ziet. Het eerste lid stelt verplicht dat de voorzitter een vastgesteld aantal dagen vóór een vergadering de leden een schriftelijke oproep, waarin de vergadering wordt aangekondigd, en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken stuurt. Uiteraard is het mogelijk, indien de raad dit wenst, de oproep en stukken per elektronische weg te versturen. De oproep vermeldt de dag, het tijdstip en de plaats van de vergadering. In het eerste lid gaat het om een voorlopige agenda. In de dagelijkse praktijk van de gemeente zal het niet altijd mogelijk zijn om ruim voor de vergadering een agenda op te stellen, die ook zicht heeft op de actualiteiten. In een dergelijke situatie kan de voorzitter na het verzenden van de schriftelijke oproep zo nodig een aanvullende agenda en stukken rondsturen (tweede lid). Bij de Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur is de mogelijkheid vervallen om individuele raadsleden te informeren. Als omtrent informatie van de raad of aan de raad verstrekte informatie op grond van hoofdstuk Va van de wet geheimhouding is opgelegd, blijft deze informatie in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier. Raadsleden kunnen deze informatie inzien (derde lid juncto artikel 9, derde lid). Van geheimhouding wordt melding gemaakt op de stukken. Indien de geheimhouding op informatie anders dan in schríftelijke vorm rust, moet de verplichting op een passende wijze kenbaar worden gemaakt (artikel 89, eerste lid, van de wet). Het vijfde lid heeft tot doel om de raad een actievere rol te geven in de opstelling van de raadsagenda. Enerzijds kunnen individuele raadsleden via de agendacommissie onderwerpen voor de agenda voordragen. Anderzijds kunnen zij echter ook bij aanvang van de raadsvergadering een voorstel doen om onderwerpen aan de agenda toe te voegen of van de agenda af te voeren. Daarmee kan het individuele raadslid in ieder geval op twee momenten invloed uitoefenen op de vaststelling van de agenda. Indien er een voorstel wordt gedaan om de agenda aan te passen, bijvoorbeeld het doorschuiven van een agendapunt naar de volgende raadsvergadering, en de stemmen staken, is artikel 32, vierde lid, van de wet logischerwijs niet van toepassing en geldt artikel 32, vijfde lid, van de wet.
Artikel 11. Ter inzage leggen van stukken
Geïnteresseerden moeten de mogelijkheid hebben om stukken in te zien. Daarom worden alle stukken gelijktijdig met het verzenden van de oproep digitaal ter inzage aangeboden. Een stuk is een ‘document’ in de zin van de Wet open overheid (Woo). (hierna: Woo). Een ‘document’ houdt in: een bij een bestuursorgaan berustend stuk of ander materiaal dat gegevens bevat. Onder documenten vallen niet alleen de door de overheidsorganen gecreëerde stukken of ander materiaal. Ook alle van buiten komende stukken en ander voor overheidsorganen bestemd materiaal zoals agenda’s, verslagen, (concept)adviezen, al dan niet in elektronische vorm, verkrijgen de status van ‘document’ in de zin van de Woo. Onder de ‘informatie’ als bedoeld in het derde lid wordt verstaan: informatie van de raad en aan de raad verstrekte informatie, waaronder de zogeheten ‘achterliggende’ stukken waarvan in raadsvoorstellen melding wordt gemaakt (ambtelijke adviezen, toelichtende nota’s, etc.) waarop geheimhouding is gelegd. Bij de Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur is de reikwijdte van de Gemeentewet uitgebreid van ‘stukken’ naar ‘informatie’ (artikel 19, tweede lid, van de wet). Verder hoeft de raad de geheimhouding niet meer te bekrachtigen (artikel 89, vierde lid, van de wet). College, burgemeester en commissies mogen voortaan zelf geheimhouding opleggen (artikel 87 van de wet). Indien het gaat om geheime of vertrouwelijke stukken, waarop voorlopige geheimhouding is opgelegd door het bestuursorgaan dat het document aanbiedt aan de raad, dient dit duidelijk op het stuk te zijn aangegeven. Ook kan worden overwogen hiervan geen kopieën te laten maken, omdat het gevaar bestaat dat vaak gekopieerde stukken toch in de openbaarheid komen. Indien de geheimhouding op informatie anders dan in schriftelijke vorm rust, moet de verplichting op een passende wijze kenbaar worden gemaakt (artikel 89, eerste lid, van de wet) De griffier vervult de secretariaatsfunctie ten dienste van de raad. Daarom worden stukken die betrekking hebben op de agenda en de voorstellen van de raadsvergaderin
Terug naar het vergunningen overzicht
Details van vergunning
- BeschrijvingReglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van de gemeente Barendrecht 2026
- Soortofficielepublicaties (Bestuur | Organisatie en )
- Gepubliceerd op29-05-2026
- Start29-05-2026
- Straatnaam
- Postcode