Delen

- Advertentie (?) -

Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting 2026

24-12-2025

Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting 2026

De raad van de gemeente Barendrecht; gelet op artikel 224, van de Gemeentewet; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders 27 oktober 2025; gelet op het advies van de commissie Algemene Zaken en Financiën van 24 november 2025;
besluit
:
vast te stellen de
VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN TOERISTENBELASTING 2026

Artikel 1
Belastbaar feit
Onder de naam 'toeristenbelasting' wordt een directe belasting geheven voor:
a. het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven.
b. het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven, indien deze personen gedurende hun verblijf beroeps- of bedrijfsmatige werkzaamheden verrichten voor of in opdracht van anderen.

Artikel 2
Belastingplicht

1. Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 1.
2. De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel 1.
3. Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf, is degene belastingplichtig die verblijf houdt als bedoeld in artikel 1.

Artikel 3
Vrijstellingen
De belasting wordt niet geheven voor het verblijf:
1. van degene die verblijft in een instelling als bedoeld in artikel 4 van de Wet toetreding zorgaanbieders;
2. van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt als bedoeld in artikel 1 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers.

Artikel 4
Maatstaf van heffing
De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het belastingjaar.

Artikel 5
Begripsomschrijving

1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
a. vakantieonderkomens: woningen en andere verblijven, niet zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, in hoofdzaak bestemd voor en gebezigd als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden;
b. mobiele kampeeronderkomens: tenten, vouwwagens, kampeerauto's, toercaravans, en soortgelijke onderkomens dan wel soortgelijke voertuigen welke bestemd zijn en gebezigd worden als verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden;
c. vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte, gelegen op een kampeerterrein, dat bestemd is voor het gedurende een jaar hebben van een zelfde mobiel kampeeronderkomen, stacaravan of vakantieonderkomen, dat doorgaans na afloop van het jaar niet wordt verwijderd;
d. vaste seizoenplaats: een terrein of terreingedeelte, gelegen op een kampeerterrein, dat bestemd is voor het gedurende een seizoen hebben van een zelfde mobiel kampeeronderkomen, stacaravan of vakantieonderkomen, dat doorgaans na afloop van het seizoen niet wordt verwijderd en waarin het gedurende de winterperiode niet toegestaan is om te overnachten;
e. seizoenplaats: een gehuurd terrein of terreingedeelte, gelegen op een kampeerterrein, waar gedurende het seizoen een zelfde mobiel kampeeronderkomen is geplaatst en dat na afloop van het seizoen van de plaats wordt verwijderd;
f. toeristische plaats: een terrein of terreingedeelte dat bestemd is voor het gedurende een jaar of seizoen plaatsen van steeds wisselende mobiele kam-peeronderkomens;
g. kampeerterrein: terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht, en volgens die inrichting bestemd, om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen hoofdzakelijk ten behoeve van recreatief nachtverblijf.

Artikel 6
Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing

1. Het aantal personen dat heeft overnacht, wordt met betrekking tot:
a. mobiele kampeeronderkomens, vakantieonderkomens en stacaravans op vaste plaatsen of op seizoenplaatsen met een contractduur van 9 maanden, bepaald op 2;
b. mobiele kampeeronderkomens, vakantieonderkomens en stacaravans op vaste plaatsen of op seizoenplaatsen met een contractduur van meer dan 9 maanden en maximaal 11 maanden, bepaald op 2.

2. Het aantal malen dat door de in het eerste lid bedoelde personen is overnacht, wordt:
a. in het geval van het eerste lid, sub a, bepaald op: 40;
b. in het geval van het eerste lid, sub b, bepaald op: 70.

Artikel 7
Opteren voor niet-forfaitaire maatstaf van heffing

1. Belastingplichtige kan in de aangifte verzoeken de maatstaf van heffing in afwijking van het bepaalde in artikel 6 vast te laten stellen op het werkelijk aantal overnachtingen, indien blijkt dat dit aantal lager is dan het op grond van artikel 6 berekende aantal.
2. Dit verzoek wordt niet gehonoreerd indien de nachtregistratie zoals bedoeld in artikel 13 niet of niet juist is bijgehouden.

Artikel 8 Per overnachting bedraagt het tarief € 1,95.

Artikel 9
Belastingjaar
Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 10
Wijze van heffing
De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.

Artikel 11
Aanslaggrens
Een belastingaanslag wordt niet opgelegd als het aantal overnachtingen, waartoe gelegenheid wordt of is gegeven, tijdens het belastingjaar minder dan tien [10] zal of heeft belopen.

Artikel 12
Termijnen van betaling

1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de aanslag worden betaald uiterlijk drie maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet.
2. In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.
3. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 13
Registratieplicht

1. De belastingplichtige bedoeld in artikel 2, eerste lid, is gehouden verblijfhoudenden te registreren in een daarvoor bestemd nachtverblijfregister.
2. De verplichting als bedoeld in het voorgaande lid geldt niet voor zover de belastingplichtige gebruik maakt van de forfaitaire berekeningswijze van de heffingsmaatstaf als bedoeld in artikel 6.
3. De verplichting als bedoeld in het eerste lid geldt niet voor zover de belastingplichtige een registratie voert waaruit het nachtverblijf van verblijfhoudenden kan worden vastgesteld.

Artikel 14
Elektronische aangifte
Het uitnodigen tot het doen van aangifte kan naast de op de in artikel 237, eerste lid, van de Gemeentewet aangegeven wijze geschieden door het uitreiken, toezenden of elektronisch verzenden van een aangiftebrief waaruit blijkt de wijze van het doen van elektronische aangifte, een omschrijving van de gevraagde gegevens of bescheiden en de termijn waarbinnen aangifte moet worden gedaan. In dat geval geschiedt, in afwijking van de in artikel 237, tweede lid, van de Gemeentewet aangegeven wijze, de aangifte langs elektronische weg door het inleveren of toezenden van de gevraagde gegevens of bescheiden via de digitale voorziening Digitale aangifte toeristenbelasting” van het Samenwerkingsverband Vastgoedinformatie Heffing en Waardebepaling (SVHW).

Artikel 15
Inwerkingtreding en citeertitel

1. De ‘Verordening toeristenbelasting 2025’ wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.
3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.
4. Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening toeristenbelasting 2026”.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Barendrecht van 16 december 2025, de griffier, C.M. Krouwel de voorzitter, drs. R.E. Schneider

Terug naar het vergunningen overzicht

Details van vergunning


- Advertentie (?) -