Delen

- Advertentie (?) -

Subsidieregeling Voorschoolse Educatie en Peuteropvang gemeente Barendrecht 2026

15-12-2025

Subsidieregeling Voorschoolse Educatie en Peuteropvang gemeente Barendrecht 2026

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Barendrecht; Gelet op de Wet Kinderopvang, Het Besluit basisvoorwaarden Kwaliteit Voorschoolse Educatie, het bepaalde in titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht en de Algemene Subsidieverordening van de gemeente Barendrecht 2020; Besluit vast te stellen de volgende regeling:
Subsidieregeling Voorschoolse Educatie en Peuteropvang Barendrecht 2026.

Art. 1 Begripsomschrijvingen In deze nadere regeling wordt verstaan onder:
a) Aanbieder: een kindercentrum als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet Kinderopvang, geregistreerd bij het Landelijk Register Kinderopvang (LRK), met een locatie in gemeente Barendrecht;
b) Algemene subsidieverordening (ASV): de algemene subsidieverordening gemeente Barendrecht;
c) College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Barendrecht;
d) Fiscaal maximum: het jaarlijks wettelijk vastgesteld uurtarief kinderopvang door de Rijksoverheid;
e) Inkomensafhankelijke ouderbijdrage: inkomensafhankelijke financiële bijdrage die ouders aan de aanbieder moeten betalen voor de deelname van hun kind aan peuteropvang of voorschoolse educatie;
f) Inkomensverklaring: de Verklaring Geregistreerd Inkomen, een officiële verklaring van de Belastingdienst met inkomensgegevens over een bepaald belastingjaar;
g) Kinderopvangtoeslag: de tegemoetkoming van de Belastingdienst bedoeld als gedeeltelijke bijdrage in de kosten van kinderopvang die onder de wet Kinderopvang valt;
h) LRK: Landelijk Register Kinderopvang; het register waarin kinderopvangvoorzieningen zijn opgenomen die voldoen aan de wettelijke kwaliteitseisen;
i) Minimuminkomen: een inkomen dat valt in de laagste groep van de ‘VNG-adviestabel ouderbijdrage peuteropvang’;
j) Ouder: ouder(s) of verzorger(s) van de (VE-)peuter die gebruik maakt van voorschoolse educatie;
k) Peuter: bij de gemeente Barendrecht in de Basis Registratie Personen (BRP) ingeschreven kind van 2,5 tot 4 jaar oud;
l) Subsidiabel uurtarief voorschoolse educatie (VE): het jaarlijks door de gemeente Barendrecht vastgestelde maximaal te subsidiëren uurtarief voor voorschoolse educatie, aangeboden op een kindercentrum met een VE-registratie in het LRK;
m) VE-peuter: peuter in de leeftijd van 2,5 tot 4 jaar die op basis van een indicatie van de JGZ in aanmerking komt voor extra dagdelen voorschoolse educatie;
n) Voorschoolse voorziening: organisatie voor peuteropvang of kinderopvang, die ingeschreven staat in het LRK en die een locatie hebben binnen de gemeente Barendrecht;
o) Voorschoolse educatie: voorschoolse educatie (als onderdeel van voor- en vroegschoolse educatie (VVE)) voor kinderen vanaf 2,5 jaar tot het moment waarop zij naar de basisschool uitstromen, waarin aan de hand van een VVE-programma op gestructureerde en samenhangende wijze activiteiten worden aangeboden gericht op het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen op het gebied van taal, rekenen, motoriek en de sociaal-emotionele ontwikkeling, in een kindercentrum met een VVE-registratie in het LRK.
p) VVE-indicatie: een indicatie die afgegeven wordt door de JGZ, waarbij de JGZ op basis van de gemeentelijke doelgroep definitie inschat dat er sprake is van een risico op een achterstand in één of meerdere domeinen van de ontwikkeling (taal, spel, motoriek en de sociaal-emotionele ontwikkeling) en die recht geeft op extra uren voorschoolse educatie;
q) VE-registratie: een registratie van de aanbieder in het LRK, waaruit blijkt dat de aanbieder voldoet aan de wettelijke kwaliteitseisen voor het aanbieden van voorschoolse educatie.

Art. 2 Reikwijdte 1. Deze regeling is van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de in artikel 5 bedoelde activiteiten.2. Deze regeling is niet van toepassing op peuterplaatsen voor een peuter met een SMI-indicatie als bedoeld in de Regeling bijzondere bijstand. 3. Op deze subsidieregeling is de ASV van toepassing voor zover in deze regeling daar niet van afgeweken wordt.

Art. 3 Doel De doelstelling van deze subsidieregeling is om door middel van subsidieverstrekking te zorgen voor:
a. toereikend en kwalitatief aanbod van Voorschoolse educatie voor de stimulering van de ontwikkeling van peuters als voorbereiding op de basisschool;
b. voorkomen en bestrijden van onderwijsachterstanden en laaggeletterdheid;
c. het bevorderen van integratie en het voorkomen van segregatie
d. bieden van gelijke kansen op een goede start in het onderwijs voor alle peuters
e. voldoende aanbod van Voorschoolse educatie over de gemeente;
f. verbinding met basisscholen ten behoeve van een sterke doorlopende leerlijn;
g. gemengde VE-peutergroepen, zodat VE-peuters en peuters samen spelen en leren.

Art. 4 Subsidieontvanger Subsidie kan worden aangevraagd door een aanbieder die voldoet aan de vereisten uit de Wet Kinderopvang, de hieruit voortvloeiende regelgeving en voldaan wordt aan de bepalingen uit deze regeling en de ASV.

Art. 5 Subsidiabele activiteiten Subsidie wordt uitsluitend verleend aan aanbieders voor:
1. Het aanbieden van voorschoolse educatie aan;
a. de ouders van de peuter met recht op kinderopvangtoeslag;
b. de ouders van de peuter zonder recht op kinderopvangtoeslag;
c. de ouders van de VE-peuter met recht op kinderopvangtoeslag;
d. de ouders van de VE-peuter zonder recht op kinderopvangtoeslag;

2. De wettelijk verplichte inzet van een HBO-beleidsmedewerker VE.

Art. 6 Subsidieduur 1. De subsidie wordt verstrekt per kalenderjaar, voor een periode van maximaal 40 (school)weken in dat kalenderjaar.2. Er is geen recht meer op subsidie met ingang van de datum waarop de peuter geen gebruik meer maakt van de voorschoolse voorziening of uiterlijk op de dag dat de peuter 4 jaar wordt.

Art. 7 Subsidie voorschoolse educatie De hoogte van de subsidie voor voorschoolse educatie als bedoeld in artikel 5 onder 1. wordt als volgt berekend:
1. De gemeente stelt jaarlijks voor 1 november het subsidiabel uurtarief voor voorschoolse educatie vast op basis van:
a. het jaarlijks wettelijk vastgesteld uurtarief kinderopvang, vastgesteld door de Rijksoverheid.
b. een opslag per uur voor de uitvoering van de wettelijke kwaliteitseisen en de door gemeente Barendrecht gehanteerde bovenwettelijke kwaliteitseisen voor voorschoolse educatie.

2. De hoogte van de subsidie is het aantal uren dat een peuter contractueel van de opvang gebruik heeft gemaakt keer het geldende uurtarief. Er geldt een maximum van 960 uur gedurende anderhalf jaar (640 uur per jaar).
3. Het geldende uurtarief wordt berekend zoals in tabel 1.
Tabel 1:

Ouder recht op kinderopvangtoeslag

Uurtarief van 0 tot en met 8 uur

Uurtarief vanaf 8 tot en met 16 uur per week

Ja

Subsidiabel uurtarief VE – (minus) ouderbijdrage

Met VVE-indicatie : subsidiabel uurtarief VE

Nee

Subsidiabel uurtarief VE – (minus) ouderbijdrage

Met VVE-indicatie : subsidiabel uurtarief VE

Art. 8 Hoogte van de subsidie voor HBO-beleidsmedewerker VE De hoogte van de subsidie voor een HBO-beleidsmedewerker als bedoeld in artikel 5 onder 2. wordt als volgt berekend:
1. De subsidie wordt verstrekt voor de inzet van een pedagogisch coach/-beleidsmedewerker op hbo werk- en denkniveau voor 10 uur per jaar per VE-peuter per locatie met voorschoolse educatie;
2. De peildatum voor het vaststellen van de subsidie op basis van het aantal VE-peuters per locatie betreft 1 januari van het desbetreffende subsidiejaar.
3. Het subsidiebedrag wordt op uurbasis verstrekt en is gebaseerd op de CAO Kinderopvang, schaal 9, trede 34. Jaarlijks wordt het uurtarief opnieuw ingeschaald.

Art. 9 Ouderbijdrage 1. Voor ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag geldt een inkomensafhankelijke ouderbijdrage over de eerste twee dagdelen van maximaal 320 uur per jaar (480 uur per anderhalf jaar).2. De hoogte van de inkomensafhankelijke ouderbijdrage wordt door de aanbieder bepaald op basis van het verzamelinkomen van het voorgaande kalenderjaar en wordt gebaseerd op de meest recente VNG-adviestabel. 3. Ten behoeve van de vaststelling van de inkomensafhankelijke ouderbijdrage zorgt de aanbieder ervoor dat de ouder een ondertekende ‘verklaring geen recht op kinderopvangtoeslag’ en een recente inkomensverklaring overlegt aan de aanbieder. De aanbieder verplicht de ouder wijzigingen in de inkomens- of gezinssituatie die van invloed zijn op de kinderopvangtoeslag per omgaande te melden bij de aanbieder. De aanbieder past het contract aan en verwerkt de wijzigingen in de verantwoording aan de gemeente. 4. Wanneer een verlaging van het inkomen zodanig is dat ouders in een lagere inkomenscategorie vallen, kunnen ouders een aanvraag tot herziening van de ouderbijdrage indienen bij de aanbieder. Hierbij dient de ouder de meest recente loongegevens, uitkeringsbeschikking of meest recente inkomensverklaring aan te leveren.

Art. 10 Aanvullende verplichtingen voorschoolse educatie en peuteropvang 1. Voor de aanbieder die subsidie voor voorschoolse educatie ontvangt:
a. verleent alle medewerking aan onderzoeken door de GGD in het kader van controle aan wettelijke vereisten;
b. int de ouderbijdrage;
c. neemt actief deel aan overleg over peuteropvang in het kader van doorlopende leerlijn 0-13 jaar en voert voorschoolse activiteiten uit gericht op het zorgen voor samenhang in de voorschoolse educatie en het zo goed mogelijk bereiken van de doelgroep;
d. levert jaarlijks de gevraagde informatie voor monitoring van voorschoolse educatie en peuteropvang door de gemeente;
e. verleent doelgroepkinderen, zoveel als mogelijk, voorrang bij de plaatsing van een peuter op een beschikbaar gekomen plek, wanneer er een wachtlijst is;
f. het aanbod van voorschoolse educatie aan een VE-peuter bedraagt minimaal 960 uur over een periode van 1,5 jaar, waarbij het aanbod maximaal 6 uur aaneengesloten per dag is.

Art. 11 Aanvraag 1. Een aanbieder vraagt jaarlijks subsidie aan door gebruik te maken van een door Innovatienul13 via de gemeente verstrekt formulier genaamd “aanvraagformulier”2. De subsidieaanvraag kan digitaal worden ingediend bij de gemeente via subsidie@barendrecht.nl 3. In het aanvraagformulier worden gemiddelde aantallen kinderen, uren en ouderbijdragen ingevuld op basis van cijfers over het eerste halfjaar van het voorafgaande jaar.

Art. 12 Aanvraagtermijn 1. Een aanvraag om subsidie kan worden ingediend vanaf 1 september tot uiterlijk 1 november voorafgaand aan het betreffende subsidiejaar. 2. In afwijking van het eerste lid kan een eerste aanvraag om subsidie worden aangevraagd gedurende een subsidiejaar. De subsidie wordt dan verstrekt naar rato van het aantal maanden in het kalenderjaar waarvoor wordt aangevraagd, vanaf de datum waarop het College de subsidie heeft verleend.3. Als een aanvraag niet volledig is ingediend, geeft het college de aanvrager op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht een hersteltermijn van twee weken om de aanvraag aan te vullen. Als datum van aanvraag geldt dan de datum van ontvangst van de volledige aanvraag. Indien de aanvraag niet binnen de gestelde termijn volledig is aangevuld stelt het college de aanvraag buiten behandeling.

Art. 13 Beslistermijn 1. Het college beslist binnen acht weken na de uiterste aanleverdatum van 1 november. 2. Het college kan dit besluit met ten hoogste zes weken verdagen. Het college stelt de aanvrager hiervan schriftelijk in kennis.

Art. 14 Weigeringsgronden Onverminderd het bepaalde in artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht en de weigeringsgronden genoemd in de ASV, weigert het college de subsidie in ieder geval indien niet voldaan wordt aan de voorwaarden genoemd in deze regeling;

Art. 15 Verlening, voorschotten, betaling 1. Op aanvraag van de aanbieder neemt het college een besluit over verlening van de voorlopige subsidie. 2. De verleende subsidie wordt in een jaarlijks voorschot in januari uitgekeerd. 3. Berekening van het subsidievoorschot per jaar vindt plaats via de Peutermonitor.

Art. 16 Wijziging verleningsbeschikking Indien op basis van de jaarverantwoording recht op een hogere subsidie bestaat, dan kan de subsidie hoger vastgesteld worden.

Art. 17 Aanvraag vaststelling subsidie 1. Voor 1 april van het jaar, dat volgt op het betrokken kalenderjaar waarvoor de subsidie is verleend, dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in. 2. De eindverantwoording van de subsidie gaat conform de voorwaarden van de algemene subsidieverordening (ASV). De subsidieontvanger verstrekt hierbij de volgende gegevens:
a. een inhoudelijke en financiële verantwoording waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan;
b. een totaaloverzicht van de gesubsidieerde activiteiten per categorie;
c. In afwijking van de verplichting uit de ASV hoeft een kinderopvangorganisaties geen accountantsverklaring te overleggen bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie. Het college kan alsnog een accountantsverklaring verlangen, voordat de subsidie wordt vastgesteld, als zij twijfelt aan de rechtmatige besteding van subsidiegelden.
d. Op basis van de gemeentelijke- en rijksaccountantscontroles kan er om aanvullend bewijs van prestatielevering gevraagd worden. Om in aanmerking te komen voor subsidie is medewerking hieraan verplicht.

Art. 18 Subsidievaststelling 1. Het college stelt een subsidie vast binnen 8 weken na de ontvangst van een aanvraag tot subsidievaststelling.2. Deze termijn kan eenmaal voor ten hoogste 4 weken worden verdaagd.3. Als een aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het tijdstip, bedoeld in artikel 20 is ingediend, kan het college de subsidieontvanger schriftelijk een nieuwe termijn stellen. Als de aanvraag niet binnen deze termijn wordt ingediend, kunnen zij overgaan tot ambtshalve vaststelling.4. Het college vordert onverschuldigd betaalde subsidie terug. 5. Periodiek kan een controle uitgevoerd worden door de gemeente, waarbij de volgende gegevens gecontroleerd worden:
a. een gedagtekende overeenkomst tussen de aanbieder en de ouder van het kind;
b. het in de overeenkomst opgenomen aantal uren voorschoolse educatie;
c. een ondertekende ouderverklaring van ouders die aangeven geen recht te hebben op kinderopvangtoeslag en een inkomensverklaring van de Belastingdienst inclusief de berekening van de ouderbijdrage;
d. een indicatieformulier van het consultatiebureau van peuters met een VVE-indicatie.

Art. 19 Het subsidieplafond Het college kan een subsidieplafond vaststellen voor deze regeling. Zij regelt daarbij evenredig de verdeling.

Art. 20 Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze subsidieregeling treedt na publicatie in werking op 1 januari 2026.2. Dit besluit wordt aangehaald als Subsidieregeling voorschoolse educatie en peuteropvang gemeente Barendrecht 2026.

Aldus besloten door het college van burgemeester en wethouders d.d. 30 september 2025, de secretaris, L. van Zanten Msc de burgemeester, drs. R.E. Schneider

Terug naar het vergunningen overzicht

Details van vergunning

  • BeschrijvingSubsidieregeling Voorschoolse Educatie en Peuteropvang gemeente Barendrecht 2026
  • Soortofficielepublicaties (Financiën | Organisatie e)
  • Gepubliceerd op15-12-2025
  • Start15-12-2025
  • StraatnaamSubsidieregeling
  • Postcode

- Advertentie (?) -