Delen

- Advertentie (?) -

Verordening reinigingsheffingen 2019

24-12-2018

Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2019

De raad van de gemeente Barendrecht;   overwegende dat de gemeenteraad de Begroting 2019 heeft vastgesteld;   dat de verordening en de bijbehorende tarievenlijst voor 2019 dient worden vastgesteld door de gemeenteraad;   dat de vaststelling geschiedt in overeenstemming met de Begroting 2019;   gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;   gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 13 november 2018; gelet op het advies van de commissie Planning en Control van 26 november 2018;

besluit:

  vast te stellen de volgende  

VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN AFVALSTOFFENHEFFING EN REINIGINGSRECHTEN 2019
 

Hoofdstuk I Algemene bepalingen

Artikel 1 Inleidende bepaling
Krachtens deze verordening worden geheven:

a. een afvalstoffenheffing;
b. reinigingsrechten.

Artikel 2 Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder grof bedrijfsafval: afvalstoffen, met uitzondering van autowrakken, afkomstig van bedrijven en instellingen, welke door aard, omvang of hoeveelheid niet periodiek worden ingezameld.

Hoofdstuk II Afvalstoffenheffing

Artikel 3 Aard van de belasting en belastbaar feit
1. Onder de naam ‘afvalstoffenheffing’ wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.2. De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

Artikel 4 Belastingplicht
1. De belasting wordt geheven van degene die naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens een zakelijk of persoonlijk recht in de gemeente gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder ‘gebruik maken’ verstaan gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer.

Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief
De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in hoofdstuk 1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel.

Artikel 6 Belastingtijdvak
Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 7 Wijze van heffing
De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.

Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
1. De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 9,--.4. Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in gebruik neemt.5. Belastingbedragen van minder dan € 9,-- worden niet geheven.6. Voor de toepassing van de bepalingen in het derde en het vijfde lid, wordt het totaal van op één aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen aangemerkt als één belastingbedrag.

Artikel 9 Termijnen van betalen
1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de aanslag worden betaald uiterlijk drie maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet.2. In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

Hoofdstuk III Reinigingsrechten

Artikel 10 Belastbaar feit
Onder de naam “reinigingsrechten” worden rechten geheven zowel voor het genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn.

Artikel 11 Belastingplicht
De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.

Artikel 12 Maatstaf van heffing en belastingtarief
1. De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in hoofdstuk 2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel.2. Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.3. De tarieven, genoemd in dit hoofdstuk van de tarieventabel zijn exclusief BTW.

Artikel 13 Belastingtijdvak
1. Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.2. Voor de overige belastbare feiten genoemd in hoofdstuk 2 van de tarieventabel vindt de heffing afzonderlijk plaats per incident.

Artikel 14 Wijze van heffing/tijdstip van betaling
1. De rechten als bedoeld in hoofdstuk 2.1 van de tarieventabel worden bij wege van aanslag geheven. De rechten moeten worden betaald uiterlijk binnen 3 maanden na dagtekening van het aanslagbiljet.2. In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.3. De overige rechten genoemd in hoofdstuk 2 van de tarieventabel worden geheven bij wege van een mondelinge of schriftelijke gedagtekende kennisgeving, waaronder ook wordt verstaan een nota of ander schriftuur. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving bekendgemaakt.4. De rechten als bedoeld in het derde lid moeten worden betaald ingeval de kennisgeving:
a. mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving;
b. schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel ingeval van toezending daarvan, binnen 2 weken na dagtekening van de kennisgeving.

Artikel 15 Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar tijdsgelang voor de jaarlijks verschuldigde rechten
1. De rechten bedoeld in hoofdstuk 2.1 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.2. Indien de belastingplicht voor de rechten bedoeld in hoofdstuk 2.1 van de tarieventabel in de loop van het belastingjaar aanvangt, zijn de rechten verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.3. Indien de belastingplicht voor de rechten bedoeld in hoofdstuk 2.1 van de tarieventabel in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 9,--.4. Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in gebruik neemt.5. Ter zake van de belasting als bedoeld in hoofdstuk 2.1 van de tarieventabel worden belastingbedragen van minder dan € 9,-- niet geheven.6. Voor de toepassing van de bepalingen in het derde en het vijfde lid, wordt het totaal van op één aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen aangemerkt als één belastingbedrag.

Artikel 16 Ontstaan van de belastingschuld voor de overige rechten
De rechten bedoeld in hoofdstuk 2.2 en 2.2.1, van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen.

Hoofdstuk IV Aanvullende bepalingen

Artikel 17 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders
Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de afvalstoffenheffing en reinigingsrechten.

Artikel 18 Inwerkingtreding en citeertitel
1. De “Verordening reinigingsheffingen 2018” wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2019.4. Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening reinigingsheffingen 2019”. 

Aldus besloten in de openbare vergadering van de gemeenteraad van Barendrecht, gehouden op 18 december 2018.

De griffier,
mw. mr. G.E.
Figge
voorzitter,
drs. J. van
Belzen

Tarieventabel Reinigingsheffingen 2019 behorende bij de VERORDENING REINIGINGSHEFFINGEN 2019
Hoofdstuk 1 Maatstaven en tarieven afvalstoffenheffing

1.

De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar voor een
éénpersoonshuishouden

€ 169,32

2.

De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar voor een
tweepersoonshuishouden

€ 264,48

3.

De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar voor een huishouden
met meer dan twee personen

€ 309,48

4.

Het aantal personen dat gebruik maakt van het perceel wordt bepaald
naar de situatie per 1 januari van het belastingjaar dan wel op het moment van het ontstaan van de belastingplicht

 

Hoofdstuk 2 Maatstaven en jaarlijkse tarieven reinigingsrechten

2.1.

Het recht voor het al dan niet periodiek verwijderen van bedrijfsafval van beperkte omvang of hoeveelheid als bedoeld in artikel 10, bedraagt per
jaar

€ 208,70
Exclusief BTW

2.2.

Het recht voor het op de aangegeven dag op verzoek verwijderen van grof huishoudelijk afval als bedoeld in artikel 10, bedraagt per m3 of gedeelte
daarvan

€ 7,30
Exclusief BTW

2.3.

Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1, bedraagt de belasting voor
het verstrekken van reserve afvalpassen

€ 20,50
Exclusief BTW

2.4.

Het recht voor het op de aangegeven dag op verzoek verwijderen van een
koelkast of vriezer bedoeld in artikel 10, bedraagt per stuk

€ 12,90

Terug naar het vergunningen overzicht

Details van vergunning

  • BeschrijvingVerordening reinigingsheffingen 2019
  • Soortverordeningen en reglementen (bekendmaking)
  • Gepubliceerd op24-12-2018
  • Start24-12-2018
  • Eindn.v.t
  • Gewijzigd op24-12-2018
  • Straatnaam
  • Postcode

- Advertentie (?) -