Delen

- Advertentie (?) -

Verordening op de raadscommissies Barendrecht 2018

10-12-2018

Verordening op de raadscommissie 2018

De raad van de gemeente Barendrecht;   overwegende, dat het wenselijk is de Verordening op raadscommissies gemeente Barendrecht geheel te herzien;   gelet op artikel 82, eerste lid van de Gemeentewet;   gelezen het voorstel van de voorzitter en de griffier van 14 september 2018   gezien het advies van de commissie Planning en Control 30 oktober 2018

besluit:   vast te stellen de Verordening op de raadscommissies gemeente Barendrecht 2018  

Hoofstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze verordening wordt verstaan onder:

1. Buitengewoon lid van de commissie: een vertegenwoordiger van een fractie in een raadscommissie, niet zijnde een raadslid die als zodanig benoemd is door de raad;
2. Commissiegriffier: de door de raadsgriffier aangewezen medewerker van de raadsgriffie die een raadscommissie ondersteunt, of diens vervanger;
3. Fractie: leden van de raad, die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden als één fractie beschouwd. Tot een fractie behoren eveneens buitengewone commissieleden als bedoeld in artikel 4, lid 2;
4. Griffier: griffier van de raad of diens vervanger;
5. Lid: raadslid of buitengewoon lid van een raadscommissie;
6. Vergadering: vergadering van een raadscommissie;
7. Voorzitter: een raadslid, door de raad benoemd tot voorzitter van een raadscommissie, of diens vervanger;
8. Woordvoerder: het raadslid of het buitengewoon commissielid dat in een commissievergadering namens de fractie het woord voert over een agendapunt.

Artikel 2. Instelling raadscommissies
1. De raad stelt de volgende raadscommissies in:
a. Ruimte;
b. Samenleving;
c. Planning en Control/Auditcommissie.
2. De raadscommissie Ruimte adviseert en overlegt over de volgende onderwerpen:
a. Afval en reiniging;
b. Beheer openbare ruimte;
c. Duurzaamheid;
d. Milieubeleid;
e. Monumentenzorg;
f. Ruimtelijke Ontwikkeling;
g. Verkeer en vervoer;
h. Volkshuisvesting;
i. Watermanagement;
j. Wonen;
k. Rekenkamer.
3. De raadscommissie Samenleving adviseert en overlegt over de volgende onderwerpen:
a. Algemene bestuurlijke aangelegenheden;
b. Burgerparticipatie en maatschappelijke initiatieven;
c. Communicatie;
d. Internationale betrekkingen;
e. Intergemeentelijke samenwerking;
f. Jeugd en jongeren;
g. Jeugdzorg;
h. Kunst en Cultuur;
i. Onderwijs en onderwijshuisvesting;
j. Openbare orde en veiligheid;
k. Burgerparticipatie;
l. Rekenkamer;
m. Sport- en recreatie;
n. Subsidies;
o. Vastgoed en accommodaties;
p. Volksgezondheid;
q. Welzijn/WMO.
4. De raadscommissie Planning en Control adviseert en overlegt over de volgende onderwerpen:
a. Algemene financiële aangelegenheden;
b. BAR-organisatie & dienstverlening;
c. Bedrijfsvoering;
d. Begroting, Voorjaarsnota, Jaarrekening en Bestuursrapportages;
e. Economische Zaken;
f. Gemeentelijke belastingen en heffingen;
g. Grondbedrijf en Grondexploitaties;
h. Ontwikkeling bedrijventerreinen;
i. Nutsbedrijven;
j. Verbonden partijen;
k. Werkzaamheden gemeentelijk accountant.
l. Rekenkamer
5. Ten aanzien van aangelegenheden betreffende de aangewezen accountant voor het controleren van de gemeentelijke jaarrekening functioneert de commissie Planning & Control als advies- en overlegcommissie. De vergaderingen zijn besloten, maar de agendacommissie kan bepalen dat een vergadering geheel of gedeeltelijk openbaar is. Het karakter van de vergadering kan adviserend of oriënterend zijn.6. Ten aanzien van aangelegenheden betreffende verbonden partijen functioneert de commissie Planning & Control als coördinerende commissie. De commissie Planning & Control heeft tot taak toe te zien op een samenhangend beleid ten aanzien van gemeenschappelijke regelingen. Zaken gemeenschappelijke regelingen betreffende worden aan de hand van een integraal stuk in een andere commissie behandeld, uitsluitend als het onderwerp daartoe aanleiding geeft.7. De agendacommissie is bevoegd af te wijken van de indeling van de onderwerpen per commissie.

Artikel 3. Taken
Een raadscommissie heeft de volgende taken:

a.

onderwerpen waarop haar werkzaamheden betrekking hebben;

b.

kan advies uitbrengen aan de raad over andere onderwerpen dan bedoeld onder a, en

c.

voert overleg met het college of de burgemeester over in ieder geval de door hen verstrekte inlichtingen en het gevoerde bestuur ten aanzien van de onderwerpen, bedoeld onder a.

Artikel 4. Samenstelling
1. Alle raadsleden zijn tevens commissieleden.2. Voor besloten vergaderingen als bedoeld in artikel 2, lid 5 wijzen de fracties één vertegenwoordiger per fractie en diens plaatsvervanger aan.3.

Iedere fractie is gerechtigd één buitengewoon commissielid (niet zijnde een raadslid) voor te dragen. Fracties die één lid hebben, mogen maximaal twee buitengewone commissieleden voordragen. De raad benoemt de buitengewone commissieleden.

4. De artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op een buitengewoon lid van een raadscommissie. De in het derde lid genoemde leden dienen daarnaast tijdens de laatste verkiezingen van de raad geplaatst te zijn op de kandidatenlijst van een fractie. Het niet-raadslid kan slechts tot buitengewone commissielid worden benoemd voor partij waar het op de kandidatenlijst staat. 5. Alvorens benoemd te worden tot een buitengewoon lid van de raadscommissie, legt de kandidaat buitengewoon lid de eed of de belofte af overeenkomstig artikel 14 van de Gemeentewet.

Artikel 5. Voorzitter
1. De raad benoemt de commissievoorzitters en de plaatsvervangend voorzitters.2. De voorzitter is geen woordvoerder over een onderwerp dat tijdens zijn voorzitterschap aan de orde is.3. De voorzitter is belast met:
a. het leiden van de vergadering;
b. het handhaven van de orde;
c. het doen naleven van deze verordening;
d. hetgeen deze verordening hem verder opdraagt.
4. Bij ontstentenis van de voorzitter en diens plaatsvervanger kiest de commissie uit haar midden een tijdelijk voorzitter. Buitengewone leden komen niet voor het tijdelijk voorzitterschap in aanmerking.

Artikel 6. Zittingsduur en vacatures
1. De zittingsperiode van een lid, de voorzitter en hun plaatsvervangers eindigt in ieder geval aan het einde van de zittingsperiode van de raad.2. Een buitengewoon lid houdt op lid te zijn van een raadscommissie indien hij niet meer voldoet aan de in artikel 4, lid 4, gestelde eisen.3. De raad kan een buitengewoon lid ontslaan op voorstel van de fractie op wiens voordracht het buitengewone lid is benoemd.4. De raad kan de voorzitter of zijn plaatsvervanger ontslaan.5. De voorzitter en zijn plaatsvervanger kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd.6. Als door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan met inachtneming van artikel 4 en 5.7. Als een fractie blijkens een schriftelijke verklaring aan de voorzitter van de raad niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt het lidmaatschap van het lid dat op voordracht van die fractie is benoemd, van rechtswege.

Artikel 7. Commissiegriffier
1. De griffier van de raad benoemt ter ondersteuning van iedere raadscommissie een op de griffie werkzame ambtenaar als commissiegriffier.2. De commissiegriffier is in iedere vergadering aanwezig. Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt hij vervangen door een daartoe door de griffier aangewezen medewerker van de griffie.3. De commissiegriffier kan op uitnodiging van de commissievoorzitter aan de beraadslaging in vergaderingen deelnemen.

Hoofdstuk 2. Vergaderingen

Paragraaf 1. Voorbereidingen

Artikel 8. Vergaderfrequentie
1. In de regel vinden de vergaderingen van de raadscommissies plaats volgens het vergaderschema opgesteld en vastgesteld door de agendacommissie2. De vergaderingen van de raadscommissies vangen aan om 20.00 uur.3. De vergaderingen van de raadscommissies eindigen om 23.00 uur, tenzij de raadscommissies anders bepalen.4. De agendacommissie kan een andere dag of aanvangsuur bepalen.

Artikel 9. Oproep
1. De commissievoorzitter zendt ten minste 10 dagen voor een vergadering de leden een digitale oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de in artikel 86, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet bedoelde stukken, worden tegelijkertijd met de schriftelijke oproep aan de leden verzonden.2. Indien een aanvullende agenda wordt vastgesteld als bedoeld in artikel 10, eerste lid, wordt deze agenda met de daarbij behorende stukken zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de vergadering aan de leden gezonden.

Artikel 10. Aanvullende agenda; vaststellen agenda
1. In spoedeisende gevallen kan de commissievoorzitter na het verzenden van de digitale oproep een aanvullende voorlopige agenda opstellen. De daarbij behorende stukken worden openbaar gemaakt.2. Bij aanvang van de vergadering stelt de raadscommissie de agenda vast. Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren.3. Wanneer de raadscommissie een onderwerp of voorstel onvoldoende voor de beraadslaging voorbereid acht, kan hij aan het college of de burgemeester nadere inlichtingen of advies vragen. De raadscommissie bepaalt in welke vergadering het onderwerp of voorstel opnieuw geagendeerd wordt.4. Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen.

Artikel 11. Ter inzage leggen van stukken
1. Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de digitale oproep voor een ieder op het gemeentehuis ter inzage gelegd. Als na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raadscommissie en zo mogelijk door middel van openbare kennisgeving2. Stukken die digitaal beschikbaar zijn, worden op de website van de gemeente geplaatst.3. Als omtrent stukken op grond van artikel 25 of artikel 86, eerste en tweede lid van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste lid, onder berusting van de griffier verleent deze de commissieleden op verzoek inzage.

Artikel 12. Openbare kennisgeving
1. Commissievergaderingen worden ten openbare kennis gebracht door aankondiging op de website van de gemeente en in het huis-aan-huisblad “De Schakel”, rubriek Blik op Barendrecht.2.

In spoedeisende gevallen kan de openbare kennisgeving uitsluitend langs elektronische weg plaatsvinden.

 

Paragraaf 2. Ter vergadering

Artikel 13 Opening vergadering; quorum
1. De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur, indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende fracties aanwezig is.2. Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal fracties aanwezig is, bepaalt de voorzitter onder verwijzing naar dit artikel, na voorlezing van de namen der afwezige fracties, dag en uur van de volgende vergadering, op een tijdstip dat ten minste vierentwintig uur na het bezorgen van de schriftelijke oproep is gelegen.3. Op de vergadering, bedoeld in het tweede lid, is het eerste lid niet van toepassing. De raadscommissie kan echter alleen over andere aangelegenheden beraadslagen of besluiten, indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende fracties aanwezig is.

Artikel 14. Het verslag
1. De commissiegriffier draagt zorg voor de geluidsopnamen van de vergaderingen, die bewerkt worden tot een audioverslag. De audioverslagen zijn voor iedereen te raadplegen.2. Het commissieadvies dient als leidraad voor het audioverslag.

Artikel 15. Advies; geen stemmingen
1. Wanneer de voorzitter vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de raadscommissie anders beslist.2. Nadat de beraadslaging is gesloten, beslissen de leden op voorstel van de voorzitter over de inhoud van het uit te brengen advies.3. In het advies wordt in ieder geval opgenomen:
a. of het onderwerp rijp is voor behandeling in de raadsvergadering;
b. eventuele fractievoorbehouden;
c. of in de raadsvergadering een nader debat gewenst is (wanneer er geen debat gewenst wordt, wordt het onderwerp op de raadsvergadering als hamerstuk geagendeerd). Wanneer een nader debat gewenst is, worden de debatpunten in het advies opgenomen;
d. eventuele toezeggingen en actiepunten;
e. eventuele aanpassingen in de termijnagenda.
4. Het advies wordt per onderwerp weergegeven bij de agenda van de vergadering op de gemeentelijke website.5. In de vergadering vinden geen stemmingen plaats, met uitzondering over geheimhouding en met betrekking tot de orde

Artikel 16. Woordvoerderschap en aantal spreektermijnen
1. Tijdens de beraadslaging heeft een fractie maximaal twee woordvoerders per onderwerp. Wanneer de aard van de vergadering daarom vraagt, kan de agendacommissie bij het opstellen van de agenda hier gemotiveerd van afwijken.2. De raadsleden en buitengewone commissieleden kunnen het woord voeren.3. De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raadscommissie anders beslist.4. Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.5. Een lid mag in een termijn niet meer dan éénmaal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel.6. Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde.

Artikel 17. Beraadslaging
1. De raadscommissie kan op voorstel van de voorzitter of een lid beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel afzonderlijk te beraadslagen.2. Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie beslissen de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te schorsen teneinde het college of de leden de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is.

Artikel 18. Deelname aan de beraadslaging door anderen
De raadscommissie kan op enig moment besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging.

Artikel 19. Spreekrecht burgers
1. Tijdens de commissievergaderingen kunnen insprekers (niet zijnde leden van de commissie) met inachtneming van het hierna gestelde het woord voeren over en geagendeerde en niet-geagendeerde onderwerpen.2. Met betrekking tot de niet-geagendeerde onderwerpen worden insprekers na de opening van de vergadering in de gelegenheid gesteld het woord te voeren.3. De inspreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De leden van de commissie worden door de voorzitter in de gelegenheid gesteld aan de inspreker vragen te stellen. De inspreker krijgt van de voorzitter kort gelegenheid op de vragen van de leden te reageren. Er worden tijdens de vergadering geen discussies toegestaan tussen insprekers en de leden van de commissie.4. De voorzitter of een lid doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de inspreker.5. Met betrekking tot de geagendeerde onderwerpen worden insprekers voor aanvang van de eerste termijn van de behandeling van het betreffende agendapunt in de gelegenheid gesteld het woord te voeren.6. Na het sluiten van de eerste termijn en voor aanvang van de tweede termijn van de beraadslaging krijgt de inspreker de gelegenheid eventuele ontstane omissies en onduidelijkheden nader toe te lichten.7. Indien nodig doet de voorzitter of een lid na afsluiting van de beraadslaging een voorstel voor verdere de behandeling van de inbreng van de inspreker.8. Insprekers kun niet het woord voeren over:
a. een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft open gestaan;
b. benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen;
c. een gedraging waarover een klacht ex artikel 9: 1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend;
d. verslag van de commissie;
e. de ingekomen stukken;
f. mededelingen van de voorzitter.
9. Degene, die van het inspreekrecht gebruik wil maken, meldt dit uiterlijk vóór 12.00 uur van de dag waarop de vergadering plaatsvindt bij de commissiegriffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp, waarover hij het woord wil voeren.10. De inspreker krijgt bij aanmelding van de commissiegriffier uitleg over de inspraakregels, dit kan mondeling of per e-mail.11. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering.12. Elke inspreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De voorzitter kan tevens in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd.13. Wanneer er bij de samenstelling van de agenda voor een te behandelen onderwerp veel insprekers worden verwacht, wordt daarvoor een afzonderlijke vergadering belegd als de behandeling van de rest van de agenda dit, gelet op het tijdsbeslag, noodzakelijk maakt.14. Wanneer de aard van de vergadering daarom vraagt kan de agendacommissie bij het opstellen van de agenda afwijken van het hierboven gestelde.15. Hoorzittingen vinden te allen tijde plaats in afzonderlijke vergaderingen.

Artikel 20. Handhaving orde; schorsing
1. De commissievoorzitter zorgt voor de handhaving van de orde van de vergadering.2. Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij:
a. de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van deze verordening te herinneren;
b. een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden.
3. Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering, waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen.4. De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en -indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord- de vergadering sluiten.5. De voorzitter kan een raadscommissie voorstellen aan een lid, dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen.6. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het lid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig laat de voorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het lid bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd.

Artikel 21. Voorstellen van orde
1. De voorzitter en ieder lid kunnen tijdens de vergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht.2. Over een voorstel van orde beslist de raadscommissie terstond.

 

Paragraaf 3 Oriënterende vergadering

Artikel 22. Algemeen
1. Op een oriënterende vergadering zijn de volgende artikelen van deze verordening niet van toepassing: artikel 15, 16, 19 en 25.2.
De voorzitter kan bij bijzondere onderwerpen bepalen of artikel 14 niet van toepassing is.
3.
De voorzitter kan bij bijzondere onderwerpen bepalen of artikel 25 wel van toepassing is.

Artikel 23. Karakter oriënterende vergadering
1. De agendacommissie bepaalt of de oriëntatieavond openbaar is dan wel besloten.2. De agendacommissie bepaalt de inrichting van de oriëntatieavond.3. De agendacommissie kan commissieleden uitnodigen om de inrichting van de oriëntatieavond mede te bepalen.4. De agendacommissie kan bepalen dat het voorzitterschap van een oriëntatieavond bij een derde berust.

 

Paragraaf 4 Besloten adviserende vergadering

Artikel 24. Algemeen
Op besloten vergaderingen is deze verordening van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet in strijd is met het besloten karakter van de vergadering.

Artikel 25. Het verslag
Van besloten adviserende commissievergaderingen worden geluidsopnamen gemaakt. De opnamen zijn voor raads- en collegeleden te raadplegen.

Artikel 26. Geheimhouding
Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raadscommissie overeenkomstig artikel 86, eerste lid, van de Gemeentewet of omtrent de inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. De raad kan besluiten de geheimhouding op te heffen.

Artikel 27. Opheffing geheimhouding
Indien de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, van de Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt daarover, indien de raadscommissie die geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, in een besloten vergadering met de raadscommissie overleg gevoerd.
 

Paragraaf 5 Toehoorders en pers

Artikel 28. Toehoorders en pers
1. De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen.2. Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is verboden.3. De voorzitter is bevoegd toehoorders, die op enigerlei wijze de orde van de vergadering verstoren, te doen vertrekken.4. Toehoorders die bij herhaling de orde in de vergadering verstoren kan hij voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering ontzeggen.

Artikel 29. Geluid- en beeldregistraties
Degenen die in de vergaderzaal tijdens de vergadering geluid- dan wel beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen.

Artikel 30. Verbod gebruik mobiele telefoons
In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is telefoneren niet toegestaan. Als overig gebruik van communicatiemiddelen storend is voor de orde tijdens de vergadering kan de voorzitter dit gebruik verbieden.

Hoofdstuk 3 Slotbepalingen

Artikel 31. Uitleg verordening
In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet of bij twijfel over de toepassing van de verordening, beslist de raadscommissie op voorstel van de voorzitter.

Artikel 32. Intrekken geldende verordening
De Verordening op de raadscommissies 2014 wordt per 1 december 2018 ingetrokken.

Artikel 33. Citeertitel; Inwerkingtreding
1. Deze verordening kan worden aangehaald onder de titel “Verordening op de raadscommissies Barendrecht 2018"2. Deze verordening treedt in werking op 1 december 2018

 

Aldus besloten in openbare vergadering van de raad van de gemeente Barendrecht van 20 november 2018

De griffier
Mevrouw mr. G.E.
Figge
De voorzitter
drs. J. van
Belzen

Terug naar het vergunningen overzicht

Details van vergunning

  • BeschrijvingVerordening op de raadscommissies Barendrecht 2018
  • Soortverordeningen en reglementen (bekendmaking)
  • Gepubliceerd op10-12-2018
  • Start10-12-2018
  • Eindn.v.t
  • Gewijzigd op10-12-2018
  • Straatnaam
  • Postcode

- Advertentie (?) -