Delen

- Advertentie (?) -

Nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Barendrecht 2026

31-03-2026

Nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Barendrecht 2026

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Barendrecht Gelet op artikel 29 lid 13 en artikel 31 lid 10 Verordening Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Barendrecht 2026 en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht B e s l u i t: vast te stellen de hierna volgende Nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Barendrecht 2026

BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN
Artikel 1 Begripsbepalingen
1. In deze nadere regels wordt met het begripsbepaling Verordening bedoeld de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Barendrecht 2026.2. Alle begrippen die in deze nadere regels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015, de Uitvoeringsregeling Wmo 2015, de Algemene wet bestuursrecht en de van toepassing zijn de verordening.

PERSOONSGEBONDEN BUDGET (pgb)
Artikel 2 Hoogte pgb hulp bij het huishouden
1. Uitbetaling van het pgb vindt plaats op basis van de geïndiceerde uren, gekoppeld aan de te bereiken doelstellingen.2. De hoogte van het pgb bedraagt voor Hulp bij het huishouden licht:
a. Geleverd door een formele hulp maximaal € 38,04 per uur;
b. Geleverd door een informele hulp maximaal het wettelijk minimum uurloon voor een volwassene incl. 8% vakantietoeslag bij een afgesloten zorgovereenkomst;
c. Geleverd door een informele hulp maximaal het minimum uurloon incl. 8% vakantietoeslag en werkgeverslasten bij een afgesloten arbeidsovereenkomst.
3. De hoogte van het pgb bedraagt voor Hulp bij het huishouden zwaar:
a. Geleverd door een formele hulp maximaal € 39,33 per uur;
b. Geleverd door een informele hulp maximaal het wettelijk minimum uurloon voor een volwassene incl. 8% vakantietoeslag bij een afgesloten zorgovereenkomst;
c. Geleverd door een informele hulp maximaal het minimum uurloon incl. 8% vakantietoeslag en werkgeverslasten bij een afgesloten arbeidsovereenkomst.

Artikel 3 Hoogte Pgb individueel vervoer
1. Het tarief voor individueel vervoer voor cliënten die op medische gronden geen gebruik kunnen maken van het collectief vraagafhankelijk vervoer is bepaald op basis van het tarief van belastingvrije voet voor kilometervergoeding en bedraagt € 0,23 per kilometer voor maximaal 2000 kilometer per jaar, zoals bepaald voor het collectief vraagafhankelijk vervoer. Tenzij het aantal kilometers aantoonbaar niet volstaat, is het maximale bedrag € 460,00 per jaar.2. Voor personen, zoals bedoeld in de verordening artikel 31 lid 2, die daarnaast beschikken over een eigen of maatwerkvervoersvoorziening voor de verplaatsingen in de directe woon- en leefomgeving, wordt het aantal kilometers dat deze persoon een kilometervergoeding in de vorm van een pgb ontvangt, gemaximeerd op 1000 kilometer per jaar. Tenzij het aantal kilometers aantoonbaar niet volstaat, is het maximale bedrag € 230,00 per jaar.3. Het tarief voor individuele rolstoeltaxikosten wordt bepaald op basis van het tarief dat door zorgverzekeraars vergoed wordt voor rolstoeltaxivervoer op grond van de zorgverzekeringswet en bedraagt € 0,40 per kilometer voor maximaal 2000 kilometer per jaar zoals bepaald voor het collectief vraagafhankelijk vervoer. Tenzij het aantal kilometers aantoonbaar niet volstaat, is het maximale bedrag € 800,00 per jaar.4. Voor personen, zoals bedoeld in de verordening artikel 31 lid 2, die daarnaast beschikken over een eigen of maatwerkvervoersvoorziening voor de verplaatsingen in de directe woon- en leefomgeving, wordt het aantal kilometers dat deze persoon een kilometervergoeding in de vorm van een pgb ontvangt, gemaximeerd op 1000 kilometer per jaar. Tenzij het aantal kilometers aantoonbaar niet volstaat, is het maximale bedrag € 400,00 per jaar.

Artikel 4 Bijdrage in de kosten van de maatwerkvoorziening Collectief vervoer
1. Op grond van artikel 34 van de verordening zijn de tarieven voor de bijdrage in de kosten van het collectief vervoer geïndexeerd.2. De cliënt is een bijdrage verschuldigd in de kosten voor het gebruik van collectief vervoer, ter hoogte van € 0,19 per kilometer en een opstaptarief van € 1,15 per rit.3. In afwijking van het tweede lid geldt buiten de straal van 25 kilometer vanaf het woonadres het reguliere kilometertarief van de vervoerder.4. In afwijking van het tweede lid geldt tijdens de daluren, van 12.00 – 15.00 uur, een opstaptarief van € 0,52 per rit.5. In afwijking van het vierde lid geldt bij een overschrijding van het maximaal aantal toegestane kilometers een opstaptarief van €7,29 per rit.

Artikel 5 Hoogte pgb begeleiding
1. Ambulante Individuele begeleiding.Uitbetaling van het pgb vindt plaats op basis van de geïndiceerde uren.De hoogte van het pgb voor reguliere individuele begeleiding bedraagt:
a. Geleverd door een formele hulp maximaal € 69,61 per uur;
b. Geleverd door een informele begeleider maximaal het wettelijk minimum uurloon voor een volwassene incl. 8% vakantietoeslag bij een afgesloten zorgovereenkomst;
c. Geleverd door een informele begeleider maximaal het minimum uurloon incl. 8% vakantietoeslag en werkgeverslasten bij een afgesloten arbeidsovereenkomst.
2. Intensieve Ambulante begeleidingUitbetaling van het pgb vindt plaats op basis van de geïndiceerde uren.De hoogte van het pgb voor intensieve ambulante begeleiding bedraagt:
a. Geleverd door een formele hulp maximaal € 81,00 per uur;
b. Geleverd door een informele begeleider maximaal het wettelijk minimum uurloon voor een volwassene incl. 8% vakantietoeslag bij een afgesloten zorgovereenkomst;
c. Geleverd door een informele begeleider maximaal het minimum uurloon incl. 8% vakantietoeslag en werkgeverslasten bij een afgesloten arbeidsovereenkomst.
3. Ontwikkelarrangement begeleidingUitbetaling van het pgb vindt plaats op basis van de geïndiceerde uren.De hoogte van het pgb voor begeleiding in een ontwikkelarrangement bedraagt:
a. Geleverd door een formele hulp maximaal € 81,18 per uur;
b. Geleverd door een informele hulp maximaal het wettelijk minimum uurloon voor een volwassene incl. 8% vakantietoeslag bij een afgesloten zorgovereenkomst;
c. Geleverd door een informele begeleider maximaal het minimum uurloon incl. 8% vakantietoeslag en werkgeverslasten bij een afgesloten arbeidsovereenkomst.
4. Begeleiding ‘Vinger-aan-de-pols’Uitbetaling van het pgb vindt plaats op basis van de een maandbedrag.De hoogte van het pgb voor begeleiding vinger aan de pols bedraagt:
a. Geleverd door een formele hulp maximaal € 45,44 per maand;
b. Geleverd door een informele hulp maximaal € 41,00 per maand.
5. Dagbesteding Uitbetaling van het pgb vindt plaats op basis van het aantal geïndiceerde dagdelen.De hoogte van het pgb voor dagbesteding groep bedraagt:
a. Geleverd door een formele hulp maximaal € 38,93 per dagdeel;
6. Gespecialiseerde dagbestedingUitbetaling van het pgb vindt plaats op basis van het aantal geïndiceerde dagdelen.De hoogte van het pgb voor gespecialiseerde dagbesteding bedraagt:
a. Geleverd door een formele hulp maximaal € 58,25 per dagdeel.
7. Vervoer van en naar de dagbesteding groepUitbetaling van het pgb vindt plaats op basis van het vervoer van en naar de dagbesteding per dagDe hoogte van het pgb voor vervoer per dag van en naar de dagbesteding bedraagt:
a. Voor vervoer zonder rolstoel maximaal € 22,73 per dag;
b. Voor vervoer met rolstoel maximaal € 31,08 per dag;

Artikel 6 Hoogte pgb kortdurend verblijf (geen tijdelijke respijtzorg).
1. Uitbetaling van het pgb vindt plaats op basis van de indiceerde etmalen.De hoogte van het pgb voor kortdurend verblijf ter ontlasting van mantelzorgers bedraagt:
a. Geleverd door een formele aanbieder € 144,97 per etmaal;

Artikel 7 Pgb voor woningaanpassingen en -voorzieningen
1. Maximalisering woningaanpassing en primaat verhuizen: Het primaat van verhuizen wordt overwogen bij aanpassing van woningen waarbij het treffen van de maatwerkvoorziening het bedrag van € 7.500 te boven gaat.De hoogte van de verhuiskostenvergoeding bedraagt € 3.000 tenzij aantoonbaar meerkosten noodzakelijk zijn.2. Bij de vaststelling van het pgb bedoeld voor een woningaanpassing wordt in ieder geval rekening gehouden met de volgende kosten:
a. de aanneemsom voor het treffen van de maatwerkvoorziening;
b. de risicoverrekening van loon- en materiaalkosten;
c. het architectenhonorarium tot ten hoogste 10% van de aanneemsom met dien verstande dat dit niet hoger is dan het maximale honorarium als bepaald in SR 1988 van de BNA;
d. de kosten van het toezicht op de uitvoering, tot een maximum van 2% van de aanneemsom;
e. de leges;
f. de verschuldigde en niet verrekenbare of terug te vorderen omzetbelasting;
g. renteverlies in verband met betaling aan derden voordat het pgb is uitbetaald, voor zover dit verband houdt met de bouw dan wel het treffen van voorzieningen;
h. de prijs van bouwrijpe grond, als niet binnen de oorspronkelijke kavel gebouwd kan worden, tot een door het college vast te stellen maximum, als opgenomen in bijlage 1;
i. de kosten in verband met technisch onderzoek en adviezen met betrekking tot het verrichten van de aanpassing;
j. kosten van heraansluiting op de openbare nutsvoorziening;
k. de door het college (schriftelijk) goedgekeurde kostenverhogingen, die ten tijde van de raming van de kosten;
l. administratiekosten die verhuurder maakt ten behoeve van het treffen van een voorziening voor een persoon met een beperking.
m. Onderhoud en reparatie
3. Om een Pgb te ontvangen voor een woningaanpassing moet de budgetbeheerder minimaal 2 offertes opvragen. 4. Bij het uitbrengen van de offerten moet in ieder geval:
a. uitgegaan worden van een sobere en doelmatige uitvoering op het niveau van sociale woningbouw;
b. de offerte alleen bestaan uit de te treffen aanpassingen zoals concreet zijn genoemd in het programma van eisen dat is opgesteld door de WMO klantmanager of een door de gemeente aangewezen externe adviesinstantie;
c. de ramingen zijn opgesteld door een (bouwkundig) deskundige;
d. de onderdelen worden gespecificeerd (incl. merk en type). Dit betekent dat hoeveelheden, eenheidsprijzen, materiaalkosten en arbeidsloon moeten zijn aangegeven;
e. het bedrag van de btw
f. een kopie van eventueel door gespecialiseerde bedrijven uitgebrachte offertes waarnaar in de totale offerte wordt verwezen, worden bijgevoegd.
g. uitgewerkt hoe de woningaanpassing doormiddel van (periodiek) onderhoud in goede staat wordt gehouden.
5. Ter beoordeling van de ingediende offertes vraagt de klantmanager ook één of meerdere offerte aan, dit om te bepalen of de ingediende offertes goedkoopst adequaat zijn. De hoogte van het budget wordt vastgesteld op basis van de goedkoopst adequate budget.6. Om te bewerkstelligen dat de woningaanpassing wordt uitgevoerd conform het programma van eisen en dat daarmee een adequate aanpassing wordt verstrekt, is een aantal voorwaarden gesteld om het toegekende Pgb ook daadwerkelijk uit te betalen. De voorwaarden moeten ook in de beschikking aan de persoon met beperkingen en eventueel aan de woningeigenaar (als deze niet de persoon met beperkingen is) worden bekend gemaakt. Het zijn immers de voorwaarden waaraan het besluit is gebonden.7. Hierbij zijn de volgende voorwaarden van toepassing:
a. er mag niet reeds voorafgaand aan de beschikking een begin worden gemaakt met de uitvoering van de werkzaamheden waarop het Pgb betrekking heeft, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de gemeente;
b. aan een door de gemeente aangewezen persoon wordt door de eigenaar of huurder toegang verstrekt tot de woonruimte waar de woningaanpassing wordt aangebracht;
c. de door de gemeente aangewezen personen wordt inzicht geboden in bescheiden en tekeningen, welke betrekking hebben op de woningaanpassing;
d. direct na voltooiing van de werkzaamheden verklaart de gerechtigde van de vergoeding aan het college dat de bedoelde werkzaamheden zijn voltooid conform het programma van eisen;
e. De gereed-melding is tevens een verzoek om herziening van het Pgb;
f. Zo spoedig mogelijk na de voltooiing van de werkzaamheden in verband met een woningaanpassing, doch uiterlijk binnen 12 maanden na de verzenddatum van het besluit waarbij het college de voorziening heeft verleend, meldt de budgethouder aan het college dat de werkzaamheden zijn voltooid.
g. De gereed-melding gaat vergezeld van een rapport dat bij het treffen van de voorzieningen is voldaan aan de voorwaarden waaronder het Pgb is verleend;
h. De gereed-melding gaat vergezeld van alle rekeningen en betalingsbewijzen.
8. Onderhoud, keuring en reparatie
a. De hoogte van het maximale pgb voor een lift bedraagt:
1°. Keuring (1 x per 4 jaar) € 300,00 (excl. Btw)
2°. Onderhoud (1 x per jaar) € 250,00 (excl. Btw)

b. De hoogte van het maximale pgb voor een plateaulift (rolstoellift) bedraagt:
1°. Keuring (1 x per 4 jaar) € 300,00 (excl. Btw)
2°. Onderhoud (1 x per jaar) € 250,00 (excl. Btw)

c. Reparatie: het daadwerkelijke bedrag aan kosten tenzij er sprake is van oneigenlijk gebruik of geen noodzaak
9. Formele of informele aannemer woningaanpassing:
a. De hoogte van het pgb voor een woningaanpassing door een formele aannemer wordt vastgesteld op 100% als tegenwaarde van het bedrag zoals vermeld in de door het college geaccepteerde offerte.
b. De hoogte van het pgb voor een woningaanpassing wordt vastgesteld op 60% van de tegenwaarde van het bedrag zoals vermeld in de door het college geaccepteerde offerte, bij de keuze van de cliënt om niet gebruik te maken van een formele aannemer.
c. Bij een offerte bedrag van meer dan €5.000 (excl. Btw) is gebruik van een formele aannemer verplicht.
10. Saneren van de woningDe werkelijke kosten komen in aanmerking voor het vast te stellen pgb. Materialen gekocht bij een bouw- of woonmarkt gaan voor op de materialen uit een woningspeciaalzaak.Het afschrijvingspercentage voor de huidige stoffering bedraagt op basis van de leeftijd van de stoffering:
• nieuwer dan 2 jaar: 0%
• tussen 2 en 4 jaar: 25%
• tussen 4 en 6 jaar: 50%
• tussen 6 en 8 jaar: 75%
• ouder dan 8 jaar: 100%
11. Verwerven van grondDe hoogte van het pgb voor het verwerven van grond voor het treffen van woonvoorzieningen kan voor het maximaal aantal vierkante meters per vertrek en voor de buitenruimte worden verstrekt, die is opgenomen in Bijlage 1 van dit besluit. Hierop kan slechts een uitzondering gemaakt worden voor zover het aantal vierkante meters niet adequaat is voor de cliënt op grond van zijn beperkingen, persoonskenmerken en behoeften.12. Woonwagen of woonschip
a. Het maximale bedrag voor het aanpassen van een woonwagen of een woonschip bedraagt € 2.300,00.

Artikel 8 Hoogte pgb voor Hulpmiddelen
1. Hulpmiddelen zijn: vervoersvoorzieningen, rolstoelvoorzieningen en roerende woonvoorzieningen.2. De hoogte van het persoonsgebonden budget voor aanschaf en onderhoud van eenhulpmiddel wordt bepaald op basis van het laagste tarief voor een vergelijkbare voorzieningen in natura opgenomen in het door de gemeente gesloten contract met de leverancier van hulpmiddelen;3. Een scootmobiel is bedoeld voor verplaatsingen in de directe woon- en leefomgeving. Een scootmobiel met een maximale snelheid van 12 of 15 km/uur volstaat daarvoor. Indien de cliënt een zwaardere scootmobiel wenst dient hij/zij de meerkosten zelf te betalen. 4. Bij de vaststelling van het pgb wordt in het eerste jaar ook rekening gehouden met de aanvullende kosten. Onder deze kosten wordt verstaan:
a. de verzekering (indien wettelijk vereist)
b. onderhoud
5. Het bedrag dat voor kosten als bedoeld in lid 4 wordt bepaald op basis van het gemiddelde bedrag voor onderhoud en reparatie voor vergelijkbare voorzieningen gedurende de afschrijvingstermijn van zeven jaar.6. De budgetbeheerder kan de kosten voor onderhoud en (indien wettelijk vereist) verzekering, op het eerste jaar na, jaarlijks declareren bij het college.7. De budgetbeheerder kan de kosten voor reparatie declareren bij het college wanneer deze zich voordoen. De budgetbeheerder dient vooraf toestemming te vragen voor deze reparatie. Geen toestemming hoeft gevraagd te worden voor:
a. Reparaties van voorzieningen met een beschikt bedrag van €1500,- (ex Btw) of hoger én waarvan de reparatiekosten €500,- (ex BTW) of minder zijn. Deze reparaties mogen 1 maal per jaar zonder toestemming worden uitgevoerd en gedeclareerd.
b. Spoedreparaties aan een woonlift, plateaulift of plafondlift. Deze reparatie dient noodzakelijk te zijn om de voorzienig veilig te kunnen gebruiken. Uit de factuur is op te maken dat het om een spoedreparatie gaat.

Artikel 9 Pgb voor sportvoorzieningen
1. De hoogte van het persoonsgebonden budget voor een sportvoorziening wordt vastgesteld als tegenwaarde van de goedkoopst compenserende voorziening in natura opgenomen in het door de gemeente gesloten contract met de leverancier van hulpmiddelen. Het persoonsgebonden budget wordt niet vaker dan eens per drie jaar toegekend. De hoogte van het persoonsgebonden budget bedraagt maximaal € 2.500 (ex BTW) tenzij aantoonbaar gemaakt kan worden dat een duurdere voorziening nodig is;2. Kosten voor onderhoud en reparatie zijn geen onderdeel van het toekenningsbudget, maar zijn achteraf declarabel. De budgetbeheerder dient vooraf toestemming te ontvangen voor deze reparatie.

LEVENSDUUR VOORZIENINGEN
Artikel 10 Levensduur voorzieningen
1. De levensduur voor maatwerkvoorzieningen in eigendom, ZIN en pgb, worden bij normaal gebruik en gelijkblijvende omstandigheden bepaald op:
a. Sportvoorziening: 3 jaar;
b. Hulpmiddelen: 7 jaar;
c. Auto aanpassing: 7 jaar;
d. Woningaanpassing, niet zijnde een aanbouw: 10 jaar;
e. Woningaanpassing in de vorm van een aanbouw: 15 jaar.
2. Binnen de termijnen zoals genoemd bij lid 1 én gelijkblijvende beperking wordt geen nieuwe vergelijkbare voorziening verstrekt.

WAARDERING MANTELZORGERS EN TEGEMOETKOMING MEERKOSTEN
Artikel 11 Waardering mantelzorgers
1. De gemeente heeft oog voor de inzet van mantelzorgers. Dit wordt erkend en gewaardeerd middels toekenning van een mantelzorgcompliment ter hoogte van €100. Om voor het mantelzorgcompliment in aanmerking te komen meldt een mantelzorger zichzelf en de hulpvrager. Getoetst wordt of er in de periode van 12 maanden voorafgaand aan de maand van de aanvraag is voldaan is aan de volgende criteria op basis van de definitie mantelzorg:
• De zorgontvanger moet woonachtig zijn in de gemeente;
• Meer dan 8 uur per week ondersteuning aan persoon met beperkingen;
• Voor minimaal drie maanden aaneengesloten;
• Op basis van de sociale relatie tussen mantelzorger en persoon met beperkingen;
• De ondersteuning wordt gratis geboden;
• Zonder deze ondersteuning zou de persoon met beperkingen een (groter) beroep moeten doen op professionele ondersteuning.
2. Het mantelzorgcompliment kan een keer per kalenderjaar worden aangevraagd. Het ontvangen van het mantelzorgcompliment voor de verleende mantelzorg in een tijdsperiode waarvoor het mantelzorgcompliment reeds eerder is toegekend is niet mogelijk.

HARDHEIDSCLAUSULE
Artikel 12 Hardheidsclausule
Het college kan bepalingen van deze nadere regels buiten toepassing laten of daarvan afwijken als strikte toepassing ervan gelet op het met de Wmo na te streven doelen leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.

SLOTBEPALINGEN
Artikel 13 Inwerkingtreding en intrekking
1. Deze Nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Barendrecht 2026 treden in werking de dag na publicatie en werken terug tot en met 1 januari 2026,2. De Nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Barendrecht 2025 worden ingetrokken na publicatie met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2026.

Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Barendrecht op 10 maart 2026 de secretaris, L. van Zanten MSc de burgemeester, drs. R.E. Schneider
Bijlage 1 maximalisering pgb voor verwerven grond Deze bijlage verwijst naar artikel 7 lid 11 van deze nadere regels. Het aantal m2 extra grond waarvoor een gehandicapte een pgb kan ontvangen als gevolg van de Wmo verordening is per vertrek gemaximaliseerd en als volgt bepaald:

Soort vertrek

Tabel A

Tabel B

Woonkamer

30 m²

6 m²

Keuken

10 m²

4 m²

1-persoonsslaapkamer

10 m²

4 m²

2- persoonsslaapkamer

18 m²

4 m²

Toiletruimte

2 m²

1 m²

Badkamer:


wastafelruimte

2 m²

1 m²

doucheruimte

3 m²

2 m²

Entree/hal/gang

5 m²

2 m²

Berging

6 m²

4 m²

Uitraasruimte

10 m²

4 m²

Tabel A is van toepassing in geval van een aanbouw van een vertrek. Tabel B is van toepassing in geval van uitbreiding van een al aanwezig vertrek.
Toelichting
Het aantal m² verhard pad tussen de openbare weg en de hoofdingang tot een woonruimte, dan wel tussen een tweede ingang en een berging en/of tuinpoort dat bij het nieuw aanleggen van paden, dan wel het aanpassen van bestaande paden ten hoogste voor een pgb in aanmerking komt, bedraagt 20 m²

Terug naar het vergunningen overzicht

Details van vergunning

  • BeschrijvingNadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Barendrecht 2026
  • Soortofficielepublicaties (Zorg en gezondheid | Orga)
  • Gepubliceerd op31-03-2026
  • Start31-03-2026
  • Straatnaam
  • Postcode

- Advertentie (?) -